13.Tofino

 

 

Een sterveling komt niet zomaar in het paradijs, want het is een weg vol hindernissen. Een beetje Christen moet bijvoorbeeld een vroom en voorbeeldig leven leiden alvorens de hemelpoorten zich voor hem openen. Wanneer Tofino het paradijs is, is highway 4 zo'n beproeving.

 

Mijn rug plakte al toen we niet eens halverwege waren in Port Alberni, de stad die zichzelf Zalmhoofdstad van de wereld noemt. Het was er ongewoon druk, want deze zondag was er voor de laatste keer een zalmfestijn. Van heinde en verre - mooi cliché trouwens - kwamen de mensen om een prijswinnende zalm aan de haak te slaan. Onnodig te zeggen dat ze niet met de fiets of het openbaar vervoer kwamen. In een stoet van luxe four wheel-drives, aftandse pick-ups en lompe campers reden we door het stadje heen, begeleid door de lokale politie.

De Nederlanders die we onderweg waren tegengekomen hadden ons gewaarschuwd voor deze weg. Al met  al is hij nog geen honderdvijftig kilometer, maar na afloop is het niet de vraag of je bekaf bij je hotel aankomt, maar of je hartslag weer tot onder een acceptabel niveau is gedaald.

 

We besloten daarom onderweg niet teveel te stoppen. Het eerste slachtoffer en route was the Cathedral Grove. In het bos vind je de grootste bomen van het eiland waarvan de oudste maar liefst achthonderd jaar oud zijn. Informatie achteraf helaas, want enigszins respectloos klaterde een bescheiden straaltje ter hoogte van mijn middel tegen één van de woudreuzen.

 

Niet veel later meldde een bord dat de volgende vijftien kilometer ongeplaveid waren wegens werk in uitvoering. De eerste kilometers werden we voorbij gescheurd door pick-ups van de locals en benam de stofwolk ons het zicht op de naderende bui.  

 

Nu moet u weten dat vroeger, zo'n twee weken geleden, wij een witte auto hadden gehuurd. De stofwolken, gevolgd door de plensbui,  gaven onze auto daarna een diepbruine tint. De kleur van de auto werd onze minste zorg, want het verkeersbordje gaf aan dat de inmiddels weer verharde weg zo'n veertien procent naar beneden ging.  Uit voorzorg hield ik mijn voet  continu vlak boven de rem terwijl de weg nog bochtiger en  steiler werd. Mijn rug was drijfnat geworden. En het kon nog erger.

 

Zowel Mony's blaas als de mijne waren tot de rand toe gevuld. Toch voelde ik mij genoodzaakt een bejaarde chauffeur in te halen. Halverwege de inhaalmanoeuvre bereikte een stofdeeltje mijn neus en schoot ik in een niesbui. Onder normale omstandigheden zou mijn vrouw me gezondheid hebben toegewenst en hebben gezegd dat we morgen mooi weer zouden krijgen. Vandaag niet.

 

Vlak voor de bocht was ik de opa gepasseerd en slaakte ik de uitgestelde zucht. Het zoeken was nu naar een pisstop en na een eeuwigdurend kwartier hadden we succes. Na deze beproeving moest Tofino wel heel mooi worden. Aan het weer zou het niet meer liggen, want de komende dagen zou het droog blijven en ruim twintig graden.

 

Hey dude!

 

Het oorspronkelijk hotel was al volgeboekt, zodat het reisbureau ons in Long Beach Lodge had ondergebracht. Tip: wanneer je naar Tofino gaat, reserveer dan een goed hotel. Het visitor centre in Tofino heeft zonder reservering heel misschien nog plaats voor je, maar reken dan wel op tweehonderd Canadese dollars of meer voor een overnachting.

 

De reisagent noemde het hotel een 'upgreetje', maar dat was zelfs een understatement. Zo lagen bij binnenkomst van de hotelkamer geen pepermuntjes op het bed, maar handgemaakte truffels. En niet veel later belde de receptioniste of alles naar wens was. Al het eten in het restaurant was een ware traktatie voor de smaakpapillen en 's avonds wees het personeel je op de schoonheid van de zonsondergang.  

Een tikje overbodig want de hele ruimte baadde in een oranje gloed.

 U leest het al, Dukker wordt weer lyrisch als hij eraan terugdenkt.  En dan hebben we het nog niet over de locatie gehad. Het hotel ligt op de grens van het dichte bos en het strand tussen Tofino en de Pacific Rim. .

 

Dat strand deed Californisch aan, niet in de laatste plaats door de vele surfers. Meestal waren het zongebrande veertigers in een te strak wetsuit met aan hun hand een veel jongere vriendin. Zij kon dan vaak veel beter kon surfen en daagde haar partner op leeftijd dan uit tot halsbrekende toeren. Gezeten op een boomstam observeerden we als amateur-antropologen dit haantjes- en kippetjesgedrag.

 

De overgang van bergen en bossen naar strand en bossen was snel gemaakt. Opvallend was al het wrakhout dat over het strand bezaaid lag en er lagen grote stukken zeewier, het zogenaamde bulk kelp, maar daarover later meer. We kropen die dag vroeg onder het dekbed en dat brengt ons op het enige minpuntje. Het synthetische dekbed kon de volgende ochtend namelijk zo door naar de stomerij.

 

Tofino zelf is een gemoedelijk plaatsje. De twaalfhonderd inwoners besloten een tijdje terug dat hun gemeente geen verzamelplaats mocht worden van de bekende fast-food- en winkelketens. Ondernemen zat hun in het bloed en ze richtten zelf een supermarktje en fast-food-restaurant op. Maar de meeste locals zijn direct of indirect betrokken bij het toerisme, zoals de whale-watch tours.

In de supermarkt kochten we een kant-en-klare Caesar Salad en besloten deze aan de haven op te eten. We keken naar de opstijgende watervliegtuigen en zagen hoe een jong stel routineus en zorgzaam hun kajakken inruimde. 

 

Na een klein uurtje stapten ze in het smalle bootje en voeren de zee op. Voor ons was het net iets te avontuurlijk.

Daarna bestudeerden we de brochures. Morgen wachtte de hot-springs tour.

 

De prachtige wandelingen langs de Pacific Rim moesten we laten schieten. Jammer, want sommige trails zijn wereldberoemd. Ach, we zaten er niet mee; we leefden inmiddels in Tofino Time, een tijdzone waar het allemaal relaxter aan toe gaat, dude.

 

Naar deel 14
 

Terug naar intro westelijk Canada

© Copyright by Ralf Dukker