Bijna veertig (1) 

Door  Ralf Dukker

 

Ik zat met een groepje van acht renners in de beklimming van de Baraque Michel, de berg die de Ardennen van de Eifel scheidt. Het was er klam en vlak boven de grond hingen nog de slierten van de ochtendmist. Binnen een uur zou het minstens 28 graden gaan worden. De niveauverschillen tussen de acht speelden op en drie renners hingen na één kilometer op het vinkentouw. Ik niet. Tot nu toe ging het lekker en fietste ik in mijn eigen – nog ontspannen – tempo mee naar boven.

Mijn hoofd was fris. De gedachte dat ik het hele fietsseizoen naar deze tocht, de Ardennenklassieker, had toegewerkt kwam niet in me op. Net zomin als de rugpijn in het voorjaar of het feit dat ik bijna veertig werd. Nee, ik ben geen jonge hond meer. De renner die nog wel eens op de avond voor een fietstocht wilde stappen in Antwerpen en na vier uurtjes slaap de volgende ochtend alweer op de fiets zat was voltooid verleden tijd. Gisteren lag ik iets voor tienen op bed en vanochtend om half zes deed ik tien minuten rek- en strekoefeningen voor rug en knieën. Ik glimlachte bij de gedachte dat ik een oude lul aan het worden was, want tot mijn verbazing lag het groepje klimmers inmiddels zo’n twintig meter achter me.  

De generale repetities in de Jan Janssen Classic en in Limburg vorige maand waren vlekkeloos gegaan. Ik neuriede ‘We are the Angry Mob’ van de Kaiserchiefs en halverwege de Baraque was ik bijna vergeten dat er nu nog iets mis kon gaan. Na drie kilometer bereikte ik de provinciale weg en begon het valse plat, een ellenlang stuk dat eindigde bij een rotonde die afsloeg naar iets dat nu volledig mijn gedachten beheerste. Voor mij wachtte een afdaling, maar niet zomaar één. Eentje die je kunt vergelijken met een ritje in de achtbaan, zij het met één groot verschil. In plaats van vijftig seconden duurt het minstens tien minuten en dender je naar beneden over een geasfalteerd fietspaadje van anderhalve meter breed. Vanwege de vele bulten staat het fietspaadje ’s winters bekend als buckelpiste.

Mijn mijmering werd onderbroken door de vrouw en twee mannen die me – gelukkig even zwaar hijgend als ik - passeerden. Ik staarde de vrouw na en besefte dat ik het weer eens bij het verkeerde eind had toen ik had gedacht dat zij als eerste zou lossen. Oeps, ik werd weer ingehaald. Twee renners, gesponsord door een aannemer uit Ridderkerk en minstens acht jaar ouder dan ik, passeerden mij uiterst soepel.
‘Laat ze gaan, Dukker,’ zei een stemmetje in me en ik besloot wat te drinken uit mijn bidon. Ik naderde de rotonde en sloeg rechtsaf naar het fietspaadje. Het achtbaantochtje begon. Links en rechts stonden dikke naaldbomen en ik wist van enkele jaren geleden dat je halverwege een glimp kon opvangen van het stuwmeer van Gilleppe.

‘Ga genieten, Dukker. Denk niet aan de modder op het pad en botsingen met dennenbomen.’ Na twee minuten ging het al hard. Ik durfde niet meer op mijn fietscomputer te kijken en concentreerde me op die smalle streep van moddervrij asfalt. Vlak na een flauwe bocht doemden de wielrenster en de twee kompanen voor me op. Het leek alsof ze stilstonden. Voesj. Binnen een seconde had ik ze gepasseerd. Had ik nog kans gezien om te bellen? Riep ik keihard ‘links, links’? Ik weet het niet meer. Het enige dat ik me herinnerde was dat ik de komende minuten met mijn kiezen op elkaar en open mond een diepe grom produceerde.
Ik was nog niet eens halverwege.

Remmen op de natte, modderige ondergrond was het domste dat je zou kunnen doen. Aan die gedachte hield ik me vast toen ik de twee renners uit Ridderkerk inhaalde. Het voelde alsof ik in een menselijke kanonskogel was getransformeerd. Tussen de dennenbomen zag ik een zilveren streep steeds groter worden. En toen deed iets me langzaam afremmen. Het was iets dat me meteen deed relativeren. Mijn ademhaling werd rustiger en ik zag hoe een groepje wandelaars eveneens met open mond naar de regenboog staarden. De spuisluis stond vol open en produceerde door de hoosbuien van gisteren een oorverdovende waterval op het stuwmeer. Het resultaat was een regenboog die je voor je gevoel bijna aan kon raken.
De roes voelde zo aangenaam dat ik daar tot zonsondergang wel had kunnen staan, maar de komst van de eerste ingehaalde renner bracht mijn competitiedrift terug. Met een grijns van oor tot oor bereikte ik de weg over het stuwmeer, groette de leeuw en begon aan de volgende beklimming.

Boven aangekomen herinnerde ik mij deze brede afdaling van enkele jaren geleden. Hier tachtig kilometer per uur halen was een koud kunstje. Over een paar maanden zou ik veertig worden. De vakantie naar Canada was binnenkort en overmorgen moest die klus op werk af zijn. In gedachten haalde ik mijn schouders en zag de snelheid op mijn fietscomputer oplopen.
74, 75, 76 …..
Mijn mond ging open en ik hoorde die grom weer.
De jonge hond was niet meer, maar die uitgekookte, relativerende routinier beviel me wel. Banzai !

Epiloog
Die dag ging alles goed en kwam ik in Heerlen aan met een gemiddelde dat even hoog lag als tien jaar geleden. In dat feitje zat een les verscholen. Oké, ik ben ouder aan het worden en ik moet er vandaag de dag meer voor doen én laten om over de kuitenbijters te komen. Maar daar staat iets nieuws tegenover. Ja, ik kon mezelf na afloop een welgemeend schouderklopje geven, want ik had gedoseerd gefietst. En misschien komt het juist daardoor dat ik onderweg meer dan vroeger had genoten van het natuurschoon, de cola op het gezellige terras en last but not least dat onbeschrijflijk lekkere gevoel in de auto onderweg naar huis.
Ik ben bijna veertig, maar wat hoop ik dit nog veel vaker mee te maken !

 

 

Nog meer fiets- en reisverhalen

Naar deel 2 van Bijna Veertig

 

© Copyright by Ralf Dukker