|
Ik zat met een
groepje van acht renners in de beklimming van de Baraque Michel, de berg die de
Ardennen van de Eifel scheidt. Het was er klam en vlak boven de grond hingen nog
de slierten van de ochtendmist. Binnen een uur zou het minstens 28 graden gaan
worden. De niveauverschillen tussen de acht speelden op en drie renners hingen
na één kilometer op het vinkentouw. Ik niet. Tot nu toe ging het lekker en
fietste ik in mijn eigen – nog ontspannen – tempo mee naar boven.
Mijn hoofd was fris.
De gedachte dat ik het hele fietsseizoen naar deze tocht, de Ardennenklassieker,
had toegewerkt kwam niet in me op. Net zomin als de rugpijn in het voorjaar of het
feit dat ik bijna veertig werd. Nee, ik ben geen jonge hond meer. De renner die
nog wel eens op de avond voor een fietstocht wilde stappen in Antwerpen en na
vier uurtjes slaap de volgende ochtend alweer op de fiets zat was voltooid
verleden tijd.
Gisteren lag ik iets voor tienen op bed en vanochtend om half zes deed ik tien
minuten rek- en strekoefeningen voor rug en knieën. Ik glimlachte bij de
gedachte dat ik een oude lul aan het worden was, want tot mijn verbazing lag het
groepje klimmers inmiddels zo’n twintig meter achter me.
|
De generale repetities in
de Jan Janssen Classic en in Limburg vorige maand waren
vlekkeloos gegaan. Ik neuriede ‘We are the Angry Mob’
van de Kaiserchiefs en halverwege de Baraque was ik
bijna vergeten dat er nu nog iets mis kon gaan. Na drie
kilometer bereikte ik de provinciale weg en begon het
valse plat, een ellenlang stuk dat eindigde bij een
rotonde die afsloeg naar iets dat nu volledig mijn
gedachten beheerste. Voor mij wachtte een afdaling, maar
niet zomaar één. Eentje die je kunt vergelijken met een
ritje in de achtbaan, zij het met één groot verschil. In
plaats van vijftig seconden duurt het minstens tien
minuten en dender je naar beneden over een geasfalteerd
fietspaadje van anderhalve meter breed. Vanwege de vele
bulten staat het fietspaadje ’s winters bekend als
buckelpiste. |
 |
Mijn mijmering werd
onderbroken door de vrouw en twee mannen die me – gelukkig even zwaar hijgend
als ik - passeerden. Ik staarde de vrouw na en besefte dat ik het weer eens bij
het verkeerde eind had toen ik had gedacht dat zij als eerste zou lossen. Oeps,
ik werd weer ingehaald. Twee renners, gesponsord door een aannemer uit
Ridderkerk en minstens acht jaar ouder dan ik, passeerden mij uiterst
soepel.
‘Laat ze gaan, Dukker,’ zei een stemmetje in me en ik besloot wat te
drinken uit mijn bidon. Ik naderde de rotonde
en sloeg rechtsaf naar het fietspaadje. Het achtbaantochtje begon. Links en
rechts stonden dikke naaldbomen en ik wist van enkele jaren geleden dat je
halverwege een glimp kon opvangen van het stuwmeer van Gilleppe.
 |
‘Ga genieten, Dukker.
Denk niet aan de modder op het pad en botsingen met
dennenbomen.’ Na twee minuten ging het al hard. Ik
durfde niet meer op mijn fietscomputer te kijken en
concentreerde me op die smalle streep van moddervrij
asfalt. Vlak na een flauwe bocht doemden de wielrenster
en de twee kompanen voor me op. Het leek alsof ze
stilstonden. Voesj. Binnen een seconde had ik ze
gepasseerd. Had ik nog kans gezien om te bellen? Riep ik
keihard ‘links, links’? Ik weet het niet meer. Het enige
dat ik me herinnerde was dat ik de komende minuten met
mijn kiezen op elkaar en open mond een diepe grom
produceerde.
Ik was nog niet eens halverwege. |
Remmen op de natte,
modderige ondergrond was het domste dat je zou kunnen doen. Aan die gedachte
hield ik me vast toen ik de twee renners uit Ridderkerk inhaalde. Het voelde
alsof ik in een menselijke kanonskogel was getransformeerd. Tussen de
dennenbomen zag ik een zilveren streep steeds groter worden. En toen deed iets
me langzaam afremmen. Het was iets dat me meteen deed relativeren. Mijn
ademhaling werd rustiger en ik zag hoe een groepje wandelaars eveneens met open
mond naar de regenboog staarden. De spuisluis stond vol open en produceerde door
de hoosbuien van gisteren een oorverdovende waterval op het stuwmeer. Het
resultaat was een regenboog die je voor je gevoel bijna aan kon raken.
De roes voelde zo
aangenaam dat ik daar tot zonsondergang wel had kunnen staan, maar de komst van
de eerste ingehaalde renner bracht mijn competitiedrift terug. Met een grijns
van oor tot oor bereikte ik de weg over het stuwmeer, groette de leeuw en begon
aan de volgende beklimming.
|
Boven aangekomen
herinnerde ik mij deze brede afdaling van enkele jaren geleden. Hier tachtig
kilometer per uur halen was een koud kunstje. Over een paar maanden zou ik
veertig worden. De vakantie naar Canada was binnenkort en overmorgen moest die
klus op werk af zijn. In gedachten haalde ik mijn schouders en zag de snelheid
op mijn fietscomputer oplopen.
74, 75, 76 …..
Mijn mond ging open
en ik hoorde die grom weer. De jonge hond was
niet meer, maar die uitgekookte, relativerende routinier beviel me wel. Banzai ! |
 |
Epiloog
Die dag ging alles
goed en kwam ik in Heerlen aan met een gemiddelde dat even hoog lag als tien
jaar geleden. In dat feitje zat een les verscholen. Oké, ik ben ouder aan het
worden en ik moet er vandaag de dag meer voor doen én laten om over de
kuitenbijters te komen. Maar daar staat iets nieuws tegenover. Ja, ik kon mezelf
na afloop een welgemeend schouderklopje geven, want ik had gedoseerd gefietst.
En misschien komt het juist daardoor dat ik onderweg meer dan vroeger had
genoten van
het natuurschoon, de cola op het gezellige terras en last but not least dat
onbeschrijflijk lekkere gevoel in de auto onderweg naar huis.
Ik ben bijna veertig,
maar wat hoop ik dit nog veel vaker mee te maken ! |