Eerbetoon

 

Door  Ralf Dukker

 

Het was een zwoele nazomeravond, ergens in de Peel in de zomer van '92. De vakanties zaten erop en met zijn vieren fietsten we redelijk relaxt onze kilometertjes terwijl we het aankoopbeleid van de drie grote voetbalclubs bediscussieerden.

Bij een kruising sloot een wielrenner aan. Hij was rond de vijftig, had een smal postuur en droeg een gedateerde outfit. Verder zag hij er afgetraind uit, was zijn racefiets goed onderhouden en had hij zo’n typisch sleurende fietshouding. En net als zoveel andere cyclisten zwijgzaam. In het begin althans.

 We zagen alle vier iets tragisch in die man. Hij had geen zonnebril op en in zijn ogen zagen we dat hij ondanks zijn zwijgen iets kwijt wilde.

Ineens kwam het eruit. "Gisteren is mijn beste vriend overleden".

In korte zinnen vertelde hij zijn relaas. Het bleek dat zijn vriend en hij samen ruim twintig jaar elke dag zo'n zestig kilometer trapte. Ook deden ze samen mee aan wedstrijden.

 

Tijdens een criterium gisteren kreeg zijn boezemvriend onverwacht een hartaanval. Hulp mocht niet baten en de oersterke zestiger die nooit ernstig ziek was geweest in zijn leven legde het loodje.

Op nuchtere wijze vertelde hij over zijn overleden fietsmaatje. We boden onze condoléances aan en terwijl het Peellandschap voorbij trok volgde een gepast zwijgen. Zijn nuchterheid begon langzaam af te brokkelen. Hij begreep er niets van.

‘En ineens … Zo van het éne op het andere moment.....’

Hij wendde zijn gezicht af zodat de tranen verborgen leken.

 Terwijl hij de kop overnam, maakte zijn verdriet plaats voor snelheid. Het leek alsof we een wedstrijd reden en met zijn vijven vormden een carrousel. Gewoon omdat het moest.

‘Toe maar, jongens. Veertig aanhouden!’

 

 

 

Die avond in de Peel was er sprake van een eerbetoon. Een eerbetoon aan een renner die letterlijk en figuurlijk in het zadel gestorven was. En wij vieren zorgden ervoor dat zijn overgebleven fietsmaatje de dag na het drama zijn dagelijks rondje niet alleen hoefde te fietsen.

 Een drukke kruising brak het tempo. Hij staarde vriendelijk naar links en leek heel even te schrikken. Nee, het was niet zijn fietsmaatje dat naast hem fietste. Hij keek ons langzaam aan en wij zwegen.

Hij nam de kop weer over en de carrousel was weer gevormd.

 

We denderden de Graafse Brug over. Hij woonde in Herpen, een plaatsje tien kilometer verderop. Een plaatsje waar we normaal gesproken niet langs zouden komen. Vanavond wel.

Het tempo nam af en hij slikte. Niemand van ons wist hij moest zeggen.

 In Herpen aangekomen bedankte hij ons hartelijk voor onze medewerking. Na het afscheid waren we enkele kilometers sprakeloos. Alle vier hadden we een brok in onze keel. Dit willekeurig fietstochtje had iets weg gekregen van een eerbetoon waarin wij ons steentje mochten bijdragen. Het was kwart voor negen ’s avonds, 27 graden en ik kreeg kippenvel.

 

 

© Copyright by Ralf Dukker