Fietsvakantie in de Pyreneeën (1)

 

Etappe 1: Cyclisme à deux vitesses
 

Argelès Gazost - Pont d'Espagne
 
 

Uiteraard was de busreis van zo'n vijftien uur vermoeiend en in de krappe slaapruimte had ik hoogstens wat gedommeld. Allesbehalve okselfris arriveerden we in hotel 'Mon Cottage' van monsieur Bleuchat die ons samen met zijn hoogbejaard personeel verwelkomde.

Op het terras van het hotel maakte ik nader kennis met de overige 23 deelnemers. Zij bleken behoorlijk door de wol geverfd te zijn. Enkele statements:

 

"'Sinds de oprichting van Cycletours in 1982 doe ik al mee aan de cyclosportieve fietsvakanties"

"Ach, ik loop de marathon binnen drieëneenhalf uur."

(Ik was één van de weinigen die de klassieke afstand niet gelopen heeft…..);

"'Ja, ik heb al vier keer La Marmotte gedaan en na deze vakantie ga ik nog even door naar de Galibier en zo."

"Ik ben gymleraar en mijn zongebruinde buik is inderdaad een prachtig wasbordje."

"'Ik mag dan 54 zijn, een beetje cyclosportieve fietstocht levert mij een gouden certificaat op."

 

Ik constateerde dat de meeste hun sportieve achtergrond enigszins bescheiden ter sprake brachten, een beetje bedeesd soms. Wellicht een eerste signaal dat deze groep geen overdreven competitiedrang zou tonen en over een gezonde teamgeest beschikte?


Centrum Argelès Gazost

 


Zullie benen

Tweeëneenhalf uur na aankomst van de bus zaten we op de fiets. Een 'inrijtochtje' van zo'n 53 km via Cauterets naar het Pont d'Espagne, letterlijk vertaald: de brug naar Spanje. De top zou leiden naar een stokoud smokkelaarspaadje. Het was drukkend warm.
Met een mix van gretigheid en nieuwsgierigheid begon ik aan het valse plat dat steeds valser werd. Kwam het door de vochtigheid, te weinig slaap? Was ik te snel gestart? Had ik de lange klim onderschat?
 

Feit was dat ik vier kilometer onder de top even moest stoppen en zelfs mijn tripple me niet kon redden. Met mijn drijfnatte wielrenbroek kon ik bovendien zo reclame maken voor incontinentiemateriaal. Ongelooflijk hoeveel vocht die synthetische zeem vast kon houden.

Tot overmaat van ramp werd ik ingehaald door een hardloper.
Achteraf bleek  dit de tot dan toe langste klim uit mijn 'wielercarrière'. Er zouden nog langere volgen….

 

De top van Pont d'Espagne bleek niet te bestaan uit een prachtig panoramisch uitzicht over de Pyreneeën, maar bestond uit een plateau alwaar keurig geparkeerd menige middenklasser te glinsteren stond in de zon. Ik besloot een lange rustpauze te nemen hetgeen mij de gelegenheid gaf de andere deelnemers te observeren.

'Cyclisme à deux vitesses' kun je ook anders interpreteren: ik behoorde tot die minderheid die niet beschikte over gladde benen, een hartslagmeter en een streefgewicht onder de 75 kilo. God, wat konden zij soepel klimmen. Op dat moment realiseerde ik me niet meer dat ik nog een wondermiddel bij me had….


Mijn benen

 

 

Etappe 2: Getuigen van de schone Tour (?)

Soulor en Spandelles
 


L'Aubisque

Deze dag stond een bekende col op het programma: de Aubisque. Ik besloot de 'Berggids voor Fietsers'  van een zekere Bart Aardema te raadplegen:

'Sommige passen hebben een aureool, die zijn meer dan het laagste punt in een bergketen. Tot deze categorie behoort ook de Aubisque. Hij is niet bijzonder hoog, maar de klim is wel lang, vanuit het oosten 30 kilometer. Deze oostelijke klim voert wel over de mooiste ravijnweg van de Pyreneeën. Het beroemdst is wellicht het verhaal van de valpartij van Wim van Est.

 

In 1951 vocht hij als een wilde leeuw voor zijn gele trui, de eerste Nederlandse gele trui uit de geschiedenis van de Tour. In een wanhoopspoging om de Italiaan Magni, in die tijd een meesterdaler, bij te houden in de afdaling over de oostflank, slipte hij over het rulle wegdek een bocht de diepte in. Meer dan 30 meter viel hij, maar hij overleefde het. Sterker nog, in het ziekenhuis bleek dat hem niets mankeerde. De volgende dag maakte hij zelfs reclame voor een bekend horlogemerk: "mijn hart stond stil, maar mijn horloge liep nog…". 

 

De top van de Soulor die na 20 kilometer wordt bereikt, lijkt wel een kinderboerderij. Koeien, schapen, ezels, honden, alle dieren uit de Ark van Noach scharrelen hier. Vaak schuilen deze dieren voor de hitte of regen in de onverlichte tunnels. Een donker hol voor ogen. Bellen, toeteren of met lichten seinen maakt geen indruk op ze. Een ferme tik op de bil en je fiets tussen de vochtige lijven doordrukken is de enige methode'.
De avond van tevoren wist onze begeleider te vertellen dat deze dag de Tour de France door de streek zou komen. Eerst moesten die jongens over de Aspin en de Tourmalet, vervolgens via de Soulor over de Aubisque.

De beklimming van de Aubisque werd een feest. 24 Uur van te voren was de hele Aubisque in beslag genomen door alle toeristen die de Tour een warm hart toedroegen. Zo'n drie uur voordat de echte renners verwacht werden, werden wij in de gelegenheid gesteld de Aubisque te beklimmen. Elke minuut nam de camperdichtheid en werden we steeds luidruchtiger toegejuicht: fietsen in een roes. Je zou bijna vergeten dat de klim gemiddeld zo'n 8% beloopt…

 

Ik fietste een poosje achter een meisje met een verrukkelijke derrière. Ze zag er uit als die ex van Lance Armstrong wier haar altijd 'springt' en ze sprak met een zwaar Amerikaans accent tegen een jongen waarvan ik hoopte dat het haar broer zou zijn.

Tot mijn spijt trapte ze een tandje te licht voor me en probeerde ik haar te passeren. Dit was makkelijker gedacht dan gedaan. We zaten zo'n vijf kilometer onder de top van de Soulor en de mensenmenigte gaf ons zo'n anderhalve meter ruimte.

Niet onwillekeurig dacht ik op dat moment aan de tip uit Bart Aardema's boekje: 'een ferme tik op de bil is de enige methode om te passeren……'.
 

Ik zag bijtijds wat ruimte in de mensenmassa en passeerde het stel om nog net een glimp op te vangen van de Tourduivel die zich nog aan het omkleden was. De Tourduivel is een man die gehuld in een vuurrood duivelspak compleet met drietand geestdriftig de renners en vooral het publiek opzweept. De duivel is een van wielrennen bezeten Duitser genaamd Didi Senft, een veertiger afkomstig uit het voormalige DDR.

 

Zijn 'look' is gebaseerd op de rode driehoek die de laatste kilometer aangeeft, in Duitsland beter bekend als de 'Rote Teufelslappen'. Overigens wordt Didi der Teufel gesponsord. Na deze duivel volgde nog een bijna surrealistisch aandoend tafereel. Bekaf en met de top in zicht werd ik verblijd met een muzikale opsteker. Een kilometer onder de top stond een complete drive-in discotheek die mij heel toepasselijk verraste op 'I will survive' van Gloria Gaynor.

 

Boven op de Soulor gaf het routeschema aan dat we rechtsaf naar beneden moesten en de resterende tien kilometer van de Aubisque vrijdag op het programma stonden.

Op de Soulor was het vochtig en koud en in tegenstelling tot de rest had ik geen extra jasje bij. De Tour zou over zo'n drie uur langskomen. Met zijn zessen besloten we aan de afdaling te beginnen richting zo'n anonieme col, de Spandelles.

 

De kinderboerderij van schrijver Aardema kwamen we niet tegen op de Soulor/Aubisque. Wat bleek? Met het oog op de Touretappe hadden de boeren de kuddes aan de andere kant van de bergketen ondergebracht, op de weg wel te verstaan. Het zou letterlijk een loeigevaarlijke afdaling worden.

Binnen één kilometer werden we in de afdaling geconfronteerd met een situatie die elke fantasie tart. Redelijk kort achter elkaar dalend bereikten we snel een vaartje van zo'n vijftig kilometer. We zagen enkele koeien voor ons dusdanig langzaam de weg oplopen dat we ze nog voor konden zijn. Eén van de koeien bleek een stier te zijn. Plotseling  leek hij geprikkeld te worden door de door hem als verrukkelijk geïnterpreteerde koeiekont van Bertha die o zo verleidelijk voor hem liep.

Er waren eens zes renners. In een afdaling zagen zij een koe met een flinke stier in een compromitterende houding achterop recht op hen afkomen. Oh, wat hadden zij net als de stier graag hun ogen willen sluiten.  Nee, snel reageren was nu het credo.

 

 

En terwijl ze zonder kleerscheuren het tafereeltje achter hen lieten, was de opluchting groter dan de verbazing en kon er pas onder de Spandelles om gelachen worden. 

Ik had geen flauw benul hoe lang de  klim naar de Spandelles was en hoe steil het zou gaan worden. Na zeven kilometer was een breakie noodzakelijk. Het was bovendien erg mistig geworden. Ondanks de vermoeidheid en de kou begon ik er toch lol in te krijgen en na de stop ging ik er weer tegenaan. Dukker was in Endorfinia.

Koud en nat bezweet begon ik aan de afdaling. Met een dikke zeventig kilometer per uur solliciteerde ik bijna naar een longontsteking. Hoe meer ik echter afdaalde hoe zonniger het werd. De enige schade die ik beneden constateerde was een blaar van twee centimeter op mijn handpalm.
Beneden was de reclamekaravaan reeds in volle gang en binnen een half uur kwam de kopgroep: Tonkov, Ecxhtebaria en Elli en vlak daarna het eerste peloton met alle grote namen. Ik had het aangename gevoel oogcontact te maken met de gele truidrager Lance Armstrong. Hij leek tien jaar ouder dan vorige week toen hij met overmacht de tijdrit won.
Fietsen tussen tienduizenden mensen was prachtig, de echte profs bergop zien zwoegen was magistraal.

We vermoedden dat we de 'bus' die toen zo'n vijfentwintig minuten achterstand had een tempo draaide dat we ook wel zouden kunnen bijhouden. Grootspraak of waarheid? We beschouwden het als een mooie morele opsteker en gingen richting hotel.

 

Weten hoe het afloopt?
Ga dan naar deel 2 van de fietsvakantie in de Pyreneeën !

© Copyright by Ralf Dukker