Fietsvakantie in de Pyreneeën (2)

 

Etappe 3: De Ontkrachting
Gavernie, Port de Boucharo
 

 

Kijk eens goed naar deze foto van Michael Boogerd. Genomen ergens in juli toen hij een inzinking kreeg in de Touretappe naar Sestrières.

Neem eens goed notie van die verdwaasde uitdrukking. Die lege blik die vraagt of hij zich nog wel op de planeet aarde bevindt. Hij kampte met concentratieproblemen en zou ongetwijfeld over de smalle weg van links naar rechts zwalken.

Waarschijnlijk zou zijn eigen naam die op het wegdek gekalkt stond hem niets meer zeggen.

Wijlen Gerrie Kneteman bedacht hiervoor de term 'uitgewoond'. Al zijn krachten zijn verdwenen, het zweet loopt harder dan een Pyreneese waterval van zijn gezicht.

Kan het erger? Ja, driewerf ja! Mijn relaas van etappe 3.


Gavernie ligt op zo'n 1300 meter hoogte en naast het keteldal stromen hier de hoogste watervallen van Europa langs de rotswanden naar beneden. Nee, hier geen verkeersborden die waarschuwen voor een zachte berm maar petit bordjes die wijzen op een natte, snelstromende berm. Gavernie is ook bekend van één van de eerste touringcar-ongelukken. In 1953 stortte een bus met Nederlanders het ravijn in.

Met deze geruststellende informatie begonnen we aan een interessant (dus niet zwaar) klimmetje van dik twintig kilometer richting Gavernie. Daar was het vochtig en koud en besloten we gedrieën door te klimmen naar de Col de Boucharo: 13 pittige klimkilometers. Er stonden geen informatieborden langs de weg die elke kilometer aangeven hoeveel kilometer het nog is naar de top en wat het gemiddelde stijgingspercentage de komende kilometer wordt.

 


Breche de Rolande

Het weer was inmiddels omgeslagen in dichte, zeer dichte mist met hier en daar een kudde schapen. 'En let u goed op voor de neervallende stront', hoorde ik de plaatselijke Erwin Krol zeggen.

Maar toen na zo'n negen kilometer gebeurde een klein wonder. Na een bocht reden we letterlijk uit de wolken en belanden we in een warme zon. Met nog één tussenstop vanwege brandende longen kwamen we boven op het dak van de fietsvakantie: 2.270 meter. Linksboven lag het pelgrimspad naar Santiago de Compostella en helemaal links de Brêche de Roland. Deze paladijn van Karel de Grote was op een gegeven moment in de Middeleeuwen behoorlijk pissig geworden op die vermaledijde vijand en besloot toen zo te beuken dat hierdoor de bres van Roland ontstond. Vandaar de uitdrukking Razende Roeland, dat u het maar weet.

Dit panorama heb ik helaas niet met eigen ogen mogen aanschouwen. Wat op ons namelijk op dat moment behoorlijk indruk maakte was de snelheid van de mist die vanuit het dal op kwam zetten. Binnen no time zag je letterlijk geen hand voor ogen. Een levensgevaarlijke afdaling lag in het verschiet.
We wisselden een vage blik uit en zonder een woord te zeggen begonnen we aan de afdaling. Normaal gesproken zet je bij minder dan 100 meter zicht je mistlamp aan. Wat doe je als er minder dan 50 meter zicht is en je bezig bent met een bochtige afdaling?

 

Is het angstaanjagende en tegelijkertijd sensationele gevoel van zo'n afdaling in dichte mist überhaupt te beschrijven? Wat het dichtst in de buurt komt is die commercial van Sportlife waarin een jonge vent getooid met een geblindeerde skibril aan het skateboarden is op de daken van een wolkenkrabber? Je hoopt dat je weet waar je heen moet maar pas op het allerlaatste moment hak je de knoop door.

Dukker passeerde het vee en hun uitwerpselen feilloos en haalde een topsnelheid van 52 km (??!). Beneden gekomen wachtte ik  op deelnemer numero twee. Zes minuten zouden verstrijken.

 

De soep van chef de cuisine, Frans,  had maar kort effect. Ik verging van de kou en het thermo-goretex winddicht ademend blitsrood jasje hielp ook nauwelijks meer.

Mijn ontkrachting kwam in de afdaling naar Argelès. Ik zat te trillen op mijn fiets en in het dal werd het aangenaam warm. Alle vermoeidheid en spanningen kwamen eruit en ik voelde me hondsmoe. Ik werd geconfronteerd met een lastig slotklimmetje in de afdaling. Slechts drie kilometer lang maar als er een foto genomen zou worden zou mijn vermoeide gezichtsuitdrukking die van Michael Boogerd overtreffen.

Maar… for the record, die dag was ik als eerste terug in het hotel.

 

 

 Etappe 4: Veni vidi fietsie

Laruns, Lourdes
 


Copyright Africa Biker

Halverwege deze dag constateerde ik dat ik in een voor mij nieuw ritme was aanbeland.

Het begon met opstaan om half acht, na een uurtje op de fiets stappen om binnen een half uur de eerste col te trotseren. Daarna wat eten om vervolgens nog een colletje te pakken. Aan het einde van de middag terug naar het hotel. Douchen, eten, terrasje, slapen. De fiets stond centraal als een gouden kalf.

Ik sliep fiets. Ik at fiets. Ik dacht fiets. Ik praatte fiets Ik fietste fiets. Ik was fiets. En….

I loved it!

 

Ik praatte fiets. Hij praatte fiets. We praatten allemaal fiets. 's Avonds op een terrasje werd wel eens even gepraat over het werk, voetbal en zo, maar binnen vijf minuten kwam het gesprek bijna automatisch uit op fietsen. De grootste inzinking, de ergste valpartij, de mooiste plekjes..enzovoort enzovoort. En niemand kreeg er genoeg van!

Op de rol vandaag stond de Aubisque, nu de volledige 30 kilometer, gevolgd door pittoreske D-wegen richting Lourdes.

De beklimming van de Aubisque ging lekker. Het publiek was weg en de dieren waren teruggekeerd. En Pennings kwam boven. Veni, Vidi, Fietsie.

De afdaling was bloedstollend en het ging weer eens ouderwets ongelooflijk hard.
Twintig meter voor me reed een auto een tunneltje in. Ik zag nog net hij in de tunnel met een bons op het wegdek terecht kwam. Slecht wegdek? Of ging het in de tunnel ineens nog steiler naar beneden? Feit was dat ik sowieso door de zonnebril minimaal één seconde verblind zou worden bij het binnenfietsen van de tunnel.

 

 

Het passeren van de tunnel ging godzijdank allemaal goed maar ik voelde nu een ander soort uitputting, één die op het mentale vlak lag. Ik besloot na drie kilometer even te stoppen. Een goede beslissing want zo'n afdaling duurt toch gauw twintig minuten.

Beneden in Laruns wachtte de soepservice. We moesten nog zo'n 70 kilometer door een glooiend landschap. Ik besloot voor de tweede keer in de vakantie een energiepilletje te nemen. Ik had de pillen twee dagen voor vertrek notabenen bij de Hema gekocht onder het motto 'baat het niet dan schaadt het niet'.

Geloof me dat je niet op een croissant en een stokbroodje de cols overkomt. Je hebt bovendien weinig gelegenheid om bergop of -af genoeg te eten, dus zo'n pil was eigenlijk broodnodig.
Na de stop gingen we met zijn vieren 'effe beuken'. In rap tempo ging het door een groene vallei. Het was een ideaal groepje. Een rasklimmer die het tempo dicteerde in de beklimmetjes, de superdaler die het daarna van hem overnam, moi de tempobeul voor het vlakke en Jean. Jean (54) was de nestor van het gezelschap en zat als een echte kopman keurig uit de wind.
En toen zagen we Lourdes.


Laruns

 

Het eerste wat opviel was de grote mensenmassa. Vanaf een bergje zagen we de basiliek liggen waar de mensen langzaam in en uit liepen.

Lourdes kent zo'n tweehonderd hotels en trekt jaarlijks vier miljoen bezoekers. Het is een bedevaartsoord vanwege Bernadette. Dit eenvoudige boerenmeisje was op een dag hout aan het verzamelen bij de grot van Massabielle, toen ze daar de verschijning ven een 'belle dame' zag. De verschijning zou zich achttien keer voordoen aan Bernadette. Bij de negende verschijning vond Bernadette op aanwijzing van de schone dame een verborgen bron. De rest is geschiedenis.

 

Begin jaren tachtig kwam Bernadette nog uit voor Nederland op het Eurovisie Songfestival waar ze een verdienstelijke achtste plaats behaalde.
In het centrum maakte de reli-kitsch eveneens een onwisbare indruk. Wat te denken van een watertankje met een print van de grot erop voor de prijs van ongeveer acht euro? Wel even zelf het tankje vullen in de grot. Van te voren stond ik sceptisch tegenover het fenomeen 'bedevaart'. Consumptie-religie voor hadimassa. De indrukken in Lourdes deden mij snel deze mening herzien. Al die mensen mogen niet ongelijk hebben en verdienen respect. Scepsis was hier niet op zijn plaats.

Om met de onsterfelijke woorden van Corry Konings te eindigen: met een heel apart gevoel van binnen stapten we op de fiets richting Argelès.

Die dag hadden we zo'n 130 kilometer gefietst. Ondanks het straffe tempo de laatste twee uur was het gemiddelde net geen 24 kilometer per uur. En omdat ik de laatste tien kilometer zonder eten of drinken op de fiets zat was ik nu echt toe aan de rustdag.

 

Weten hoe het afloopt?
Ga dan naar deel 3 van de fietsvakantie in de Pyreneeën !

© Copyright by Ralf Dukker