Glenveagh en Inishowen (deel 3)

 

 

 Don’t tell the wife

 

Ierland wordt met de dag mooier. Sligo en Donegal vallen na Achill Island wat tegen, maar Glenveagh National Park behoort zonder meer tot één van de hoogtepunten van de reis. Het is ruim tienduizend hectare groot en haar geschiedenis begon met de eerste grondeigenaar, John Adair. John Adair was een klootzak en een grondspeculant, voor zover beide woorden geen synoniem zijn. Nog geen decennium na de Grote Hongersnood onteigende hij in Glenveagh 244 pachters. De meeste waren genoodzaakt om in een werkhuis aan de slag te gaan terwijl sommigen naar Australië emigreerden.

 

In 1870 bouwde hij het kasteel Glenveagh aan Lough Veagh. Inmiddels was hij getrouwd met een Amerikaanse en verbleef hij het grootste deel van het jaar in Amerika, het land waar de grond nog goedkoop en rendabel was. Toen hij in 1885 veel te laat overleed werd haar pas verteld wat hubby op zijn kerfstok had. Ze had niks geweten van de uitzettingen. Ze bouwde het kasteel en de tuinen uit en deed veel aan liefdadigheid.

 

I n 1937 kocht de Amerikaan Henry McIlhenny het landgoed. Zijn familie was rijk geworden doordat zijn grootvader de gasmeter had uitgevonden (én gepatenteerd). En niet de tabascosaus zoals in vele reisgidsen is vermeld. McIlhenny was in alles de tegenpool van John Adair. De huidige inrichting van het kasteel is zijn verdienste.

 

Glenveagh Castle

 

 

Hij nodigde verscheidende beroemdheden uit op zijn kasteel en had waarschijnlijk een voorkeur voor koele, afstandelijke, ondoorgrondelijke Hollywoodsterren, getuige de bezoeken van Greta Garbo en Grace Kelly. Ook Marilyn Monroe was te gast in het kasteel.

 

De gastenkamer voor de vrouwen bevond zich in de oostelijke toren en was in crèmewit uitgevoerd. In tegenstelling tot de mannen kregen ze elke ochtend ontbijt in bed. Schrijver dezes vraagt zich af of de koele dames in deze sprookjesachtige omgeving ontdooiden en zich van een onbekende, tedere kant lieten zien. Of zouden ze – bij wijze van wederdienst – hun gastheer entertainen in Oostenrijkse klederdracht?

 

McIlhenny was een hardcore fan van alles wat met de Sound of Music te maken had. Zijn personeel liep dan ook rond in lederhosen en bretels. Op ebay verschijnen soms spannende foto’s van bovenstaande actrices in Oostenrijkse klederdracht. Sinds deze vakantie lijkt het meegeleverde echtheidscertificaat serieuzer genomen te kunnen worden.

 

 

De gids van Glenveagh

 

In elk reisgidsje of folder is er minstens één zin die begint met ‘één van de hoogtepunten van deze reis ….’. Op de plaats van de puntjes kunnen Mony en ik Glenveagh met vette letters invullen. Glenveagh is een natuurpark met fotogenieke heuvels, een prachtig meer en een sprookjeskasteel.

 

Nu hebben we in het verleden wel meer natuurparken met kastelen, meren en heuvels gezien, maar Glenveagh scoort beduidend hoger dan de concurrentie. Ten eerste is het er lekker compact en kun je in een dagdeel een goede indruk krijgen van al het moois. Je kunt overigens beter een dag voor het park uittrekken. Als tweede pro kunnen we noemen dat het park nog niet in de wurggreep is van massatoerisme en de bijbehorende commercie.

 

Last but certainly not least noemen en roemen we Nicola, de gids. Nicola is een kordaat, lieflijk meisje van ongeveer twintig lentes die met een aangename stem de bezoekers rondleidt in het sprookjeskasteeltje van Glenveagh. Ondanks haar vrouwloze werkkleren weet ze met haar heerlijke Ierse accent de bezoekers te bekoren.  

En Nicola is niet de enige. Michael van Derry, Pat en Martina van Inishowen zijn ideale gidsen die deze vakantie absoluut een meerwaarde geven. Wat Glenveagh betreft spreken tot slot de foto’s voor zich.

 

  Puisten, bonen en het Dough Famine Museum

 

Onze eerste indruk van het bescheiden Dough Famine Museum in Inishowen pakte niet onverdeeld gunstig uit voor de grote initiator ervan. En toch wisten zijn vrouw en hij ons te verrassen met een zelfgebouwd museum dat bij iedere stap steeds interessanter werd.

 Oké, de zelfgemaakte poppen zagen er amateuristisch uit, maar dat werd meer dan eens goedgemaakt door de andere resultaten van Pat en Martina’s huisvlijt. Hij kon prachtig vertellen over zelfgestookte whiskey en de multifunctionele aardappel, terwijl ze beide via de poppen en de entourage de Ierse zaak op een nuchtere manier in het wereldbeeld passen.

 

 

 Geef uitgehongerde mensen bijvoorbeeld nooit gratis eten. Pat weet waarom. Zelfs de verborgen IRA-kamers in pubs en woningen weet hij meesterlijk te reconstrueren. Het achterhuis is er niks bij.

 

Overigens ligt het museumpje op spuugafstand van een prachtig natuurlijk strand, dat alleen door de plaatselijke bevolking wordt aangedaan.

Tot slot nog een anekdote van Pat over acné. Tot zo’n dertig jaar geleden leidde het eenzijdig eten van de Ieren onder de pubers tot heuse acné-uitbraken. Van kruin tot hals zaten de toch al vaak roodharige jongens en meisjes onder de kingsize puisten. Maar dat duurde nooit lang, vroeger althans.

 

De Ieren aan de kust hadden namelijk een boon ontdekt die niet eetbaar was, maar waarvan de sappen de puisten als sneeuw voor de zon deden verdwijnen, mits….de bonen minstens vijf kilometer verderop werden geplukt: dog beans. De boonsappen die afkomstig waren uit de directe omgeving bleken niet heilzaam te zijn, waarschijnlijk vanwege een nooit duidelijk geworden relatie was tussen de aardappel en de boon.

Vandaag de dag kan de op het schoolplein onderdrukte puistenkop helaas geen beroep meer doen op dit wondermiddel. Ja, er is wel een synthetische variant maar die werkt lang niet zo goed. Gelukkig eten de Ieren tegenwoordig iets veelzijdiger zodat ‘full face acne’ minder vaak voorkomt.
 

 


 
De beroepsrouwdrager

 

In het Famine Museum maakten Mony en ik kennis met de ‘professional mourner’, de beroepsrouwdraagster. De gids c.q. eigenaar c.q. bouwer van het museum had een in een zwarte jurk gehulde pop naast een open doodskist geplaatst die de professional mourner moest voorstellen. Meestal was het dus een vrouw die continu luidruchtig moest snikken en daarmee een belangrijke functie vervulde. Een aandoening die zich tot de jaren vijftig van deze eeuw manifesteerde was namelijk de whiskey-schijndood’.  

 

De boeren stookten vaak ‘home made whiskey’ op basis van aardappelen die volgens kenners niet eens zo beroerd smaakte. Met name de bintjesvariant kende een zeker aanzien. Het probleem was echter dat de whiskey gedistilleerd werd via loden buisjes hetgeen letterlijk leidde tot comazuipen.

 Meerdere professional mourners hebben meegemaakt dat de ‘overledene’ plotseling overeind kwam en verdwaasd om zich heen keek. Een dergelijk coma kon namelijk wel eens tot vier dagen duren. Er zat dan voor de mourner niks anders op dan de overlijdensberichten weer eens door te nemen en haar diensten elders aan te bieden.

 Professional mourners bestaan vandaag de dag nog steeds volgens de site hometown pms1.  Of toch niet?

 

 

 

  Er was nooit aardappelschaarste in Ierland

 

De eerste week na thuiskomst konden we geen aardappel meer zien. Op ieder menu prijkte het bintje of een eigenheimer. Het menu halverwege de negentiende eeuw was volledig eenzijdig en bestond uit aardappelen, aardappelen en aardappels. Een volwassene at gemiddeld zes kilo aardappels per dag (authentiek!). De Ieren gebruikten de gele rakkers ook voor het stoken van whiskey en als visaas.

 

De rampspoed was dan ook enorm toen de aardappeloogst jaren achtereen mislukte. In eerste instantie werden de slechte zomers als schuldige aangewezen. Pas dertig jaar later werd de oorzaak, een virus uit Portugal, gevonden. Maar achter dit natuurgeweld zit een maatschappelijke oorzaak. De overwegend Engelse (protestantse) landeigenaren eisten ook in deze crisisjaren hun pacht  op. Vaak in natura, waardoor de aardappel naar Engeland werd geëxporteerd. Eten was er genoeg in deze magere jaren, net als de eeuwenoude onderdrukking. 

 

De Ieren emigreerden massaal en meer dan één miljoen stierven de hongersdood. Pas na 1960 steeg de Ierse bevolking weer enigszins. De allerarmsten konden terecht in zogenaamde werkhuizen, waar gezinnen wreed uiteengerukt werden. Het zal geen verbazing wekken dat de Ieren juist toen werk maakten van het fenomeen dat zelfbeschikking heet. De voorganger van de IRA werd opgericht, de Fenians, en algauw kregen ze steun van de Ieren overzee. Tegenwoordig zou volgens de VN deze Great Famine als een genocide worden bestempeld.

 

Vandaag de dag is er geen aardappelschaarste meer in Ierland. Na dag vier van onze vakantie moest ik tijdens het opdienen van het dessert denken aan het slaapmaatje van Forrest Gump in de gelijknamige film. In één scène weet hij meer dan honderd garnaalgerechten op te noemen. Voor mij reden om die avond het gepureerde aardappelsorbetijs beleefd te weigeren.

 

© Copyright by Ralf Dukker

Naar deel 4

Terug naar deel 2