Iedereen is ontdekkingsreiziger in Petra
|
Petra moest het hoogtepunt van de vakantie worden en daarmee hadden we de lat hoog gelegd. Petra sprong er glansrijk overheen zodat Dukker nu voor de uitdaging staat om onze belevenissen weer te geven. De verleiding is groot om clichés uit de kast te halen, over tekortkomende superlatieven, imposante monumenten en een fenomenaal stukje aarde dat terecht bij één van de zeven – geactualiseerde – wereldwonderen hoort.
Petra is een ontdekking. Voor iedereen. Het maakt niet uit of je nu een Zwitserse ontdekkingsreiziger bent uit de 18e eeuw, een Bedoeïen uit de 14e eeuw of een toerist uit de lage landen anno 21e eeuw. De dodenstad bezoeken is als het lezen van een spannend verhaal. Vanaf de hypercommerciële ingang is het zo’n twintig minuten lopen voordat je bij de kloof of siq bent het. Ondertussen krijg je spontaan medelijden met de hijgende paarden op het naastgelegen pad. De edele dieren hebben dubbel pech als ze een gammel koetsje met luie toeristen moeten voort trekken. Het is nog geen tien uur en al dik dertig graden.
De gids komt nog met een gruwelijke anekdote. In 1968 verdronken in de kloof die we op het punt staan in te lopen 24 Franse toeristen. Een onverwacht hevige bui deed het nu droge riviertje in anderhalf uur overstromen. Tegenwoordig is dit gelukkig niet meer mogelijk omdat de autoriteiten een dam hebben aangelegd. Een koud kunstje overigens, aangezien de Romeinse fundamenten er nog steeds lagen. Al Siq is zo’n twaalfhonderd meter lang en te vergelijken met het openingshoofdstuk van een uitstekend spannend boek. Vanaf de eerste stap c.q. bladzijde word je ondergedompeld in spanning. Telkens als je met je ogen knippert lijken de roze rotsen en de minigraftombes net iets van kleur te verschieten. Alle schakeringen van oud roze tot donkerbruin komen voorbij. |
Al Siq |
|
|
Het is praktisch onmogelijk om niet de hele tijd met je hoofd in je nek door de kloof te lopen. Tenzij je natuurlijk hardhandig de stroken met de originele keien over het hoofd ziet.
In de kloof is zelfs ruimte
voor enkele wilde vijgenbomen. De zandstenen doen door hun sporen van
ijzer, zwavel, koper en magnesium soms denken aan een streepjescode. Dit
was hoofdstuk één van je spannende boek en je wilt verder lezen. En
snel. Maar ook weer niet te snel. We lopen een hoek om en zien in de verte een glimp van iets groots. Het zonlicht belemmert een goed beeld, maar we horen rumoer en ‘Oh’s!’ en ‘Ah’s!’. De Schatkamer of Khazneh dient zich aan. Een verkeerde benaming overigens, want oorspronkelijk was het een graftombe met ongetwijfeld wat kostbaarheden voor het hiernamaals.
De façade meet ruim veertig bij veertig en beneemt je even de adem. Hij is zo’n 2100 jaar oud en hij schijnt binnen drie maanden te zijn gebouwd. We blijven er bijna een half uur. Het is niet zo dat we niet langer willen blijven, maar er valt nog zoveel meer te ontdekken. En trouwens, we komen hier later nog terug. |
|
We maken daarna niet te
mislukken foto’s van de andere graftombes. In de verte zien we de
Zuilenstraat en maakt de gids ons lekker voor de bezichtiging én
beklimming van het Klooster
Een klein moment voelt het alsof we in het minder interessante middenstuk van het spannende boek zijn beland, totdat onze blikken bijna automatisch rechts omhoog gaan. Zowat de hele bergrand bestaat uit een prachtige sliert monumenten. Het zijn de vier tombes van de oostrand en we nemen ons plechtig voor om deze vandaag ook te bezoeken, ondanks de diarree en de maagkrampen van vanochtend en de ongetwijfeld pittige beklimming die ons nog te wachten staat richting Klooster. De Zuilenstraat ervaren we als wat gewoontjes. En dat heeft puur te maken met de overweldigende indrukken die de gekleurde graftombes hebben gemaakt. Tijd voor de beklimming. Hij zal dik een half uur duren en onderweg gutst het zweet van ons lijf. Bij elke stap die je zet wil je verder, want je weet bijna zeker dat de inspanningen navenant beloond gaan worden.
Het doet allemaal nog steeds denken aan dat spannende boek. De beklimming met een hoge hartslag doet denken aan half twee ’s nachts van een doordeweekse dag. Je ligt in bed en alles in je zegt dat je beter kunt gaan slapen, als er niet dat gruwelijk spannende boek was. Je hoeft nog maar vijftig bladzijdes, dertig. Vier-drie-twee-één. |
De Schatkamer |
|
Restauratie van tombe aan oostrand |
Voor ons openbaart zich een landschap. In de verte zien we bergtoppen en de valleien. Op zo’n vijftig meter staat een onooglijk kraampje. Maar dé attractie staat rechts om de hoek. Pas na een dikke minuut sluiten we onze tot dan toe opengesperde mond. Groots, grootser, allergrootst. Het Klooster is een enorme façade van bijna vijftig bij vijftig.
Het is overigens geen graftombe, laat staan een klooster. Waarschijnlijk was het een tempel van en voor koning Obodas nummer één, zo blijkt uit een gevonden marmeren naambord. Toch is dat onwaarschijnlijk want deze koning leefde honderdvijftig jaar eerder dan de tempel is gebouwd. Nog even doorlopen na het bezoek aan het Klooster loont, want je krijgt een magnifiek panorama te zien van de bergen. En als je je dan omdraait zie je overigens het Klooster in volle glorie, maar dan weer net even anders.
Afdalen naar Petra Centrum is een peulenschil. We doen nog even de graftombes van de oostrand aan en lezen dat ze bij de herontdekking in de 19e eeuw zowel binnen als buiten nog beschilderd waren met kalkverf. Volstrekt overbodig als je de prachtige zandstenen kleuren ziet. Bekijk de foto en oordeel zelf.
Het spannende boek is uit en
nog steeds onder de indruk blader je terug en haal je alles weer voor de
geest. Teruglopen langs de Zuilenweg, de graftombes, de Schatkamer en de
kloof geeft wederom hetzelfde gevoel. |
|
Plafond van urnentombe |
Het "Klooster" |
|
|
Naar deel 8 van de trip door 'Jordanië'
© Copyright by Ralf Dukker