De monumentvandalen

 

De jongen is zestien, misschien zeventien jaar en draagt een knalrood shirt dat scherp afsteekt tegen de bruingele façade van het Klooster. Hij heeft dit ‘kunstje’ ongetwijfeld vaker uitgehaald, want hij klimt vrij eenvoudig langs de zijkant omhoog naar het middengedeelte van het Klooster. Wanneer hij naast de urn staat, steekt hij zijn armen gemaakt triomfantelijk in de lucht.

Dat hij met deze misschien wel dagelijkse actie een monument van tweeduizend jaar aan het beschadigen is, komt ongetwijfeld niet in zijn hersenpannetje op. Hij behoort tot één van de 120 bedoeïenenfamilies die van koning Hoessein het alleenrecht hebben op handel in en om Petra.

Met bedoeïenen, en zeker die in Petra, wordt door de Jordaniërs vaak de draak gestoken. Hoeveel bedoeïenen heb je bijvoorbeeld nodig om olie in de lamp te stoppen? (Antwoord: drie. Eentje houdt de olielamp vast, de tweede het oliekannetje en de derde schijnt bij met zijn elektrische zaklamp).

Het viel Mony en mij op dat de bedoeïenenhandelaren van Petra onderling erg op elkaar lijken. Met name een laag voorhoofd en een vooruitstekende bovengebit kwamen opvallend vaak voor. De meeste kinderen van hen gaan niet naar school en moeten hun jeugdige charme aanwenden om de toeristen prullaria aan te smeren.

En toch waren deze bedoeïenenfamilies vele eeuwen eerder in Petra dan de westerse ontdekker Burckhardt. Waarschijnlijk was het een voorvader van het jochie op de gevel van het klooster die ergens in de achttiende eeuw, samen met zijn broer, angstig door de kloof loopt. Een andere legende rept van een vader en zoon, maar waarschijnlijk berusten beide geschiedenissen op waarheid.


De rechterhelft van deze gevel wordt met een siliconenoplossing gerestaureerd
.
De linkerkant is recent opgeleverd.

 

 

Beide beschikten over een musket, verkregen door een ruilactie met een passerende karavaan. Een koopje, want hun ingeruilde schoonmoeder had tot dan toe alleen maar maagzweren en hoge bloeddruk opgeleverd. Hun mond viel open van verbazing toen ze de Schatkamer voor het eerst aanschouwden.

Het was voor hen meteen duidelijk dat het een schatkamer was. Wat kon het immers anders zijn? Beide waren nu extra op hun hoede, wat waarschijnlijk zat deze schatkamer vol met levensgevaarlijke valstrikken, zoals hun achterachterkleinkinderen later konden ervaren toen hier Indiana Jones deel III werd opgenomen.

Wat nu gedaan? In een zeldzaam ogenblik dat de ene hersencel van de oudste zijn andere vond, ontstond een lumineus idee. Nadat zijn broer c.q. zoon het na anderhalf uur had begrepen, legden ze hun muskieten aan en schoten op de dichtstbijzijnde zandstenen urn. Na acht schoten raakten hun musketten oververhit, maar toch waagde zoonlief een laatste poging.

 

Het was een voltreffer: de 1800-jarige urn spatte uiteen.
De mannen staarden naar de lege resten van de urn, keken elkaar aan en zuchtten. Geen goud of juwelen. Op naar de volgende urn. Een jaar later waren de goochemerds hun ontdekking vergeten en trok hun jongste familielid erop uit. Ook hij stootte op de Schatkamer en zag dat er nog één urn intact was. Waarom wist hij niet, maar toen hij aanlegde moest hij glimlachen.

Tot slot nog iets over Marguerite van Geldermalsen. Deze Nieuw-Zeelandse besloot in de jaren tachtig na een bezoekje in Petra te blijven. Ze kreeg vier kinderen, werd de medische hulp van de bedoeïenen en schreef er een boek over.

Zoek de ezels op de foto hiernaast. De Robert Jensen lookalike komt uit de Verenigde Staten en sprak met zo’n knauwerig Texaans accent. De jonge bedoeïendrijver deed alsof hij het allemaal begreep en sloeg de ezel onbarmhartig met het zweepje tegen zijn staart. Toen ik het voorval aan de gids vertelde, merkte ik op dat er in Nederland zelfs een politieke Partij voor de Dieren in het parlement zit. Zijn reactie: ‘goh, zeker geleid door vrouwen.’

 

 

Naar deel 9 van de trip door 'Jordanië'

Terug naar intro Jordanië

© Copyright by Ralf Dukker