De tere billetjes van een voetbalhooligan

 

 

Het Zoute Meer zou een eerlijkere naam zijn voor de Dode Zee. Of nog beter: het Diepe Zoute Meer, want Mony en ik staan aan de oever van de Dode Zee. Het ruikt er muf en dat is al een hele verbetering na de beproeving in de kleedruimtes.

Ik zie iets glinsteren op de stenen vlak voor me. Het blijkt een steen te zijn met mineraalresten. Met een voldaan gevoel stop ik hem in mijn zwemshort. Vlak voor aankomst had ik gelezen dat de Dode Zee één van de grootste inkomstenbronnen van Jordanië is. Nee, niet de toeristen zijn de belangrijkste moneymakers, maar fosfaten en andere mineralen, zoals potassium of kaliumcarbonaat.

Of zijn de toeristen wél het belangrijkste hier aan de Dode Zee? Volgens de reisgids heeft het water ook een bijzonder heilzame werking op aandoeningen als astma, reuma en huidziekten zoals psoriasis. Ik kijk om me heen en hoop stilletjes niet in het water te hoeven stappen met iemand onder de huidschilfers.

 

 

Het zijn geen zielenpieten die onverwacht naast me komen staan. Je zou kunnen zeggen dat ze bij een fanatieke stam behoren. Zo eentje die je liever niet in het donker tegenkomt en al helemaal niet na een verloren wedstrijd. ‘Millwall forever,’ staat op hun tattoos. Zeg nu zelf: wie verwacht er nu Engelse hooligans aan de Dode Zee.

Net als de Engelsen begin ik met in te smeren met de bruingrijze modder, maar de putlucht weerhoudt me van een full body make over.
De grote teen bijt het spits af. Het water voelt lauw, bijna warm aan. Ik waad inmiddels zo’n tien meter verder door de Dode Zee. 

 

Op kniehoogte voelt het alsof het water weerstand biedt. Oké, daar gaat ie, Dukker, tot je schouders erin. Meteen dwingt het water me om een halve zitstand aan te nemen. Ik drijf en zie Mony een foto van mij maken. Onwennig steek ik mijn hand omhoog en raak even uit balans. Het water duwt me omhoog en ik verlies bijna mijn evenwicht.

En al die tijd kijk ik stoïcijns c.q. cool, aangezien de overigens vriendelijk uitziende hooligans op spuugafstand liggen te dobberen. Op het moment dat één van hen met mij oogcontact maak, maakt ons gezicht een pijnlijke grimas. We kijken elkaar schaapachtig aan en weten precies wat er aan het handje is.

Het zoutgehalte heeft onze tere billetjes bereikt en bijt zich nu een weg door de schraalheid. Een teken ook dat je lang genoeg hebt rondgedreven. De Engelsen trekken een sprintje naar de douches bij de oevers. Ik span mijn bilspieren aan en loop naar Mony.

‘Hoe is het?’ vraagt Mony. Sinds deze ochtend heeft ze geen diarree meer.
Ik steek zwijgzaam doch enthousiast mijn duim omhoog en zie haar dartelend het water ingaan. Op het moment dat ze tot haar schouders is ondergedompeld, tel ik in gedachten af.

Bij de vierde tel klinkt een ijselijke kreet die tot in Israël is te horen.

 

Het einde van de Dode Zee?
 

Het waterpeil van de Dode Zee daalt tegenwoordig met een meter per jaar. De belangrijkste reden voor de uitdroging is dat de rivier de Jordaan vanuit het noorden nauwelijks meer water aanvoert. Israël, Jordanië en Syrië tappen sinds een jaar of vijftig op grote schaal water af voor irrigatie en drinkwater. Van het oorspronkelijke volume aan rivierwater is nog maar tien procent over. Zonder ingrijpen is in 2050 nog maar weinig van het zoutmeer over.

De Dode Zee droogt al eeuwenlang langzaam op. Het grondwater in de oeverbodem trekt zodoende ook weg en de dieper gelegen zandlagen raken poreus. Onder het gewicht van de bovenste aardlagen bezwijken ze en ontstaan de minikraters, zogenoemde 'sink holes'.

De inklinking is al lang aan de gang, maar alarm is geslagen nu de verzakkingen steeds dichter de oeverweg naderen.

 

Over Route 90 worden toeristen naar de afgelegen badplaatsen en kuuroorden gebracht en cosmeticaproducten van het Dode Zee-zout naar de klanten vervoerd. Maar nog even en het asfalt scheurt open.

Het lijkt er op dat economische motieven nu leiden tot oplossingen, want het toerisme loopt schade op, doordat er niet meer genoeg water is om te drijven. Maar er is hoop, als het aan Israël, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit ligt. Samen met de Wereldbank hebben ze zondag besloten een ‘haalbaarheidsstudie’ uit te voeren naar het bouwen van een kanaal van de Rode Zee, in het zuiden, naar de Dode Zee. Door het verval van 600 meter moet het water vanzelf naar zijn bestemming stromen. Twee jaar lang gaan experts het plan doorlichten, betaald door Nederland, Japan, Frankrijk, de VS. Daarna valt het besluit.

Het kanaal, dat ruim 180 kilometer lang moet worden, dient niet alleen het waterpeil in de Dode Zee weer op orde te brengen.

 

Langs de route moet de grootste ontzoutingsinstallatie ter wereld verrijzen, zodat een deel van het zeewater als drinkwater voor de Jordaniërs en de Palestijnen kan dienen. Ook is in een waterkrachtcentrale voorzien.
Enkele milieubewegingen zien het graven van een kanaal met afgrijzen tegemoet. Immers, menselijk ingrijpen heeft het ecologisch evenwicht van de Jordaan en de Dode Zee verstoord en om dat recht te zetten is voorgesteld te sleutelen aan het ecologisch systeem van de Rode Zee.
Milieuactivisten en de burgemeesters van de dorpen en gemeenten in de Dode Zee-vallei zien maar één oplossing: ‘De bijna droge Jordaan tot leven brengen.’ Maar de afhankelijkheid van het Jordaanwater is zo groot, dat Israël noch Jordanië daar voor is te porren.

 

De ingrediënten van dit dilemma bestaan dan ook uit ecologie, drinkwater, toerisme, westerse subsidie en een scheutje Midden-Oosten-politiek.
De ervaring leert dat een keuze snel is gemaakt als zich een calamiteit heeft afgespeeld. Een bus met toeristen die met een plotselinge scheur in de weg te maken krijgt, een grote plof die de helft van de Dode Zee opslurpt of iets dat ieders fantasie tart….
De tijd zal het leren.
Hiermee komt onze vakantie in Jordanië tot een einde.
Een reis die Mony en ik zeker kunnen aanbevelen.

Met dank aan
"Water uit Rode Zee moet verdroogde Dode Zee redden",
Volkskrant, Alex Burghoorn, 12 december 2006

Terug naar intro Jordanië

Terug naar intro reisverhalen

 

Terug naar openingspagina

© Copyright by Ralf Dukker