La Palma 

 

2. De erosieketel

 

Als je de dagen etappes zou noemen en deze vakantie de Tour de France, dan stond vandaag de Koninginnerit op het programma. Vandaag zouden we maar liefst zeven uur gaan wandelen in de Caldera de Taburiente, letterlijk vertaald de vlakke ketel.
De Caldera is een fenomeen. Hij ziet eruit als een vulkaan met steile wanden en een vruchtbare vallei, is (bijna) rond, maar blijkt na jarenlang onderzoek geen vulkaan te zijn. De krater is zo'n 400.000 jaar geleden ontstaan door onderzeese landverschuivingen oftewel extreme erosie. Hij heeft een omtrek van 28 kilometer, heeft een diameter van bijna 10 kilometer en is 1.000 meter diep. Hiermee is het één van de grootste kraters ter wereld.
De Caldera heeft de vorm van een hoefijzer en kent ontelbare kloven die allemaal uitkomen in de Barranco de las Angustias.
Door een aantal kloven stroomt het enige oppervlaktewater van de gehele Canarische eilanden. In Dos Aguas, komen de twee belangrijkste stromen bij elkaar in een kanaal van 9 kilometer, vanwaar het via een lang en ingewikkeld irrigatiestelsel naar de inwoners en hun gewassen gaat.

 


Langs de Caldera

De eigendomsrechten van het water zijn redelijk rechtvaardig verdeeld over 2000 aandeelhouders. Eén van de grootaandeelhouders vandaag de dag is nog steeds een Vlaamse familie, die het in de 16e eeuw kocht van de Spaanse veroveraar.
Bij het instappen van de bus ging de blik van onze Duitstalige gids naar beneden. Naar ons schoeisel om precies te zijn. Had je geen ingelopen wandelschoenen, dan keek ze je aan met een bedenkelijk gezicht. Alleen als je sportschoenen aan had, zag ze het door de vingers, de rest kon umkehren. Achteraf zou blijken dat ook sportschoenen volstrekt onvoldoende zijn om alle ondergronden te trotseren.
Op het busstation stapten we over op een kleiner formaat bus en gingen we via een onverharde weg abwärts de Caldera in. De rit was een beproeving voor alle 24 wervels, je nieren en als je niet oplette je hoofd dat soms letterlijk tegen het dak botste.
De gids heette Christiane Fuchs, kwam oorspronkelijk uit Berlijn waar nog een film over haar jeugd is gemaakt, maar leefde inmiddels alweer negen jaar op La Palma.
De tocht bestond uit drie delen. Het eerste deel was het meest eenvoudig. Over een licht glooiende pad liepen we licht naar beneden, naar de camping, waar maximaal 150 mensen mogen overnachten.
Christiane kon prachtig vertellen over de pijnbomen in de Caldera. Een pijnboom is niet kapot te krijgen. La Palma werd de afgelopen jaren geteisterd door bosbranden die de pijnboom er niet onder hebben gekregen.

 

Alleen de buitenkant loopt brandschade op, maar binnen twee jaar is de boom weer volledig opgeknapt. Hij schiet bovendien gemakkelijk wortel op de steile hellingen en bloeit zelfs op 2000 meter hoogte.
We zagen een pijnboom die ziek was. De boom stuurt dan alle ziektekiemen naar één specifieke tak waar een bol groeit die letterlijk stijf van de naalden staat. De bol wordt uiteindelijk zo zwaar dat de tak afbreekt en de ziekte uit de boom is verdwenen.
De resistente pijnboom is de afgelopen jaren geëxporteerd naar gebieden die eveneens geteisterd en verwoest zijn door bosbranden. Om onduidelijke redenen wil de boom niet aarden in Californië of in het zuiden van Frankrijk.
Het tweede deel van de tocht ging langs steile paadjes tegen de rotswand naar beneden. Onderweg kwamen we langs de Heilige Steen, de Roque Idafe. Tot de Spaanse verovering in 1492 werd hier door de Guanches gezongen voor welzijn en voorspoed, maar vooral ook dat de steen niet naar beneden zou vallen, want - zo wilde het geloof -  zou de hemel naar beneden vallen. Rare jongens, die Palmorezen?


De Heilige Steen in de Caldera

 

 


Op de achtergrond de Caldera

Valt wel mee, want een dergelijk geloof nestelde zich eveneens in een klein Gallisch dorpje aan de Noord-Franse kust.
Het laatste deel van de tocht bestond uit het volgen van de waterloop van de kloof van Las Angustias, tot de uitgang van het nationale park. Geen sinecure, want je durfde niet verder te kijken dan de volgende steen waarop je je schoen moest zetten. Eén kilometer telde inderdaad voor vijf.

Iets onder de bergtoppen zagen we een lichtbruine wolk. Volgens Christiane was het een stofwolk die voornamelijk bestond uit Saharazand. Het zou nog tot de avond duren vooraleer het zou gaan regenen. Ze wilde ons niet ongerust maken en da's maar goed ook want het zou de komende twee nachten gaan stormen. Iets dat gebruikelijk is tijdens La Calima.


 

 Is er sprake van noordoosterwind en is het warmer dan normaal voor de tijd van het jaar, dan is het de volgende twee à drie dagen raak met minimoessons en onweer.
Het kon ons nog niet deren, want wij liepen relaxt door de krater. Toch werden we aan het weer herinnerd toen we het herdenkingskruis zagen van Martina Schenck.
Martina, 31 jaar, was in 2001 op huwelijksreis toen ze tijdens dezelfde tocht op de camping last kreeg van haar voet. Ze besloot verder te trekken samen met haar man en de rest van de groep. Het was een tikje overdreven om een helikopter te vragen en ze wilde ook niet gedragen worden.
Die dag stond er de beruchte wind met twee gezichten. Er hing een raar gevormde wolk boven de krater die plotseling losbarstte. In een heel kort tijdsbestek viel er 120 millimeter regen.


Onweer op komst

 

Het water hoopte zich op achter een natuurlijke dijk die uiteindelijk niet bestand was tegen de druk.
Christiane was die dag boven op de krater met een groep toen ze een explosie hoorde. Het was het geluid van de vloedgolf die razendsnel door de kloof stroomde. Omdat het in geen weken geregend had, was de bodem dermate uitgedroogd dat hij geen water kon opnemen. De groep van Martina Schenck viel uit elkaar en iedereen sprong op één van de hooggelegen rotsen.  Zoniet Martina.
De volgende dag werden uit de krater 150 mensen geëvacueerd met behulp van een helicopter. Anno nu keken wij met een iets andere blik naar dat kabbelende stroompje door de kloof. Er liep een koude rilling over onze rug.

 

 

We waren in het zevende uur aanbeland en elke stap deed ons snakken naar het einde van de tocht. Christiane zat ons lekker te maken met het feit dat we binnen een half uur in een gezellige kroeg zouden zitten. Het leek onwaarschijnlijk, want overal waar we keken zagen we rotsen en steile wanden.
Toen we het busje zagen staan hadden we nog steeds het gevoel dat we in de middle of nowhere waren. Dat klopte ook aardig, want het busje deed nog twintig minuten over de klim naar het barretje. En daar was het inderdaad gezellig.
Die dag lagen we om negen uur op bed. De slaap kwam vrijwel onmiddellijk.

 

Bananas

 

200 miljoen kilo bananen produceert het eiland per jaar. Gelukkig wordt zo'n 180 miljoen kilo geëxporteerd, anders zou de bevolking behoorlijk hardlijvig zijn geweest. Hoewel…? 

20 miljoen kilo bananen op een bevolking van 80.000, aangevuld met gemiddeld 50.000 toeristen betekent een bananenconsumptie van 420 gram per persoon per dag (reken maar na). Dat is drie bananen!

Het wekt dan geen verbazing dat de banaan in praktisch elk soort gerecht is verwerkt. Het enige dat we gelukkig niet op de menukaart konden ontdekken was de soepvariant.
Nog een leuk feitje: één kilo bananen vergt 400 liter water per jaar (per oogst). Dat is totaal 80 miljard liter water. Waar dat water vandaan komt en hoe het de dorstige banaan bereikt, zult u verderop gaan lezen.

 

De bananen zijn anno 2004 een blok aan de been van iedere plantagehouder. En dat zijn er overigens veel, want elke Palmorees is direct en ander indirect betrokken in de bananenbusiness.

In 1896 ontstond de eerste plantage. Hij was opgericht door een Engels bedrijf dat tot dan toe alleen maar importeerde naar het eiland. Ze wilde niet meer dat haar schepen leeg vertrokken naar GB en besloot om bananen te kweken.

Nu is er sprake van een monocultuur. In 2002 was zelfs sprake van een dramatische overproductie en werd 10 miljoen kilo in de kloof gekieperd.
De bananeneconomie wordt overeind gehouden door landbouwsubsidies van de EG. Het is echter diezelfde EG die La Palma dwarsboomt en de bananen alleen maar tot Spanje laat uitvoeren.

 


Bananenblad

En zelfs die miljoenen Spanjaarden krijgen die 180 miljoen niet op. Als u overigens in een groentewinkel deze dwergbanaantjes tegenkomt, zijn ze op illegale wijze daar terechtgekomen. Heeft u daar net als ons geen moeite mee, dan kunnen wij ze aanbevelen: ze zijn een stuk smaakvoller dan hun Zuidamerikaanse grotere concurrent, de Johnson-banaan.
In 2006 stopt de EG met de bananensubsidies. Een financiële ramp voor de Palmorezen. Omschakelen naar iets anders is dan noodzakelijk. Dat 'iets anders' komt vaak neer op massa-toerisme. Het is dan ook niet ondenkbeeldig dat La Palma in de niet eens zo verre toekomst een toeristisch preteiland à la Tenerife of Ibiza zou kunnen worden.

Een beruchte anekdote is de grondaankoop door de burgemeester van Fuencaliente, de meest zuidelijk gelegen gemeente van het eiland. Zijn neef kocht een bananenplantage op waar vervolgens door de burgemeester een hotel met 1800 bedden gebouwd ging worden. De Canarische regering stak onder druk van de lokale bevolking een stokje voor dit Bananagate en na een half jaar bakkeleien kwam het alternatief: drie hotels met ieder 600 bedden. De toekomst ziet er voor de landbouw somber uit.

Toch zijn er historische lichtpuntjes. De boeren zijn ondernemend en flexibel. In de 19e eeuw werden parasieten op cactussen gekweekt. De productie van die beestjes leverde een mooie rode kleur op die destijds in de lippenstift verwerkt werd. De overgang naar een ander gewas ging toen redelijk soepel. Het werd de dwergbanaan…

 

Diverse boeren zijn anno 2004 overgeschakeld op de grote bananen, die nog wel wat opleveren. De avocadoteelt loopt ook redelijk en de wijnbouw heeft een nieuwe impuls gekregen. Maar het bericht dat binnenkort op La Palma de eerste van vier golfbanen geopend zal worden doet het ergste vrezen. 

Hoe zit het nu met die dubbelrol van de EG? Omdat de bananenprijs drastisch is gekelderd zou je kunnen zeggen dat de EG de economie van La Palma kunstmatig overeind houdt. Maar waarom liggen die bananen niet gewoon in de supermarkt van het Nederlandse winkelcentrum? De Palmorese gids had ook hier geen antwoord op.

 

Misschien heeft het te maken met de machtige lobby van Chiquita Inc. en andere multinationals. Zij sponsoren de Amerikaanse regering (met name de presidentscampagne) en verwachten dat de Amerikaanse politiek meteen met handelsbeperkingen dreigt als de Palmorese banaan het gaat maken. Maar misschien heb ik teveel complotboekjes gelezen en zit ik er helemaal naast. In ieder geval was dit bananenintermezzo at your service.

 

 

Naar deel 3 van La Palma

 Terug naar intro La Palma

Terug naar intro reisverhalen

© Copyright by Ralf Dukker