1.  Waas

 

Madeira, dag één

 

Hoewel om Mony en mij heen van alles gebeurde, hing er een waas om me heen. Ik was Ergens Anders. Op het vliegveld van Madeira, in de shuttlebus op weg naar het hotel en tijdens de presentatie van de hostess was ik er niet helemaal bij.
Half vijf ’s ochtends werd mijn imaginaire sluier op Schiphol even bruut opgetild. Buiten mij om had Mony een fles sportdrank in mijn rugzak gestopt, wat er toe leidde dat een XL-beveiligingsmedewerker mij vrij hardhandig visiteerde. Mony probeerde zijn collega ervan probeerde te overtuigen dat het een misverstandje was. Waren de regels inmiddels niet een beetje versoepeld? 'Nee mevrouwtje,' reageerde de beveiliger nors toen zijn collega constateerde dat ik linksdragend was.


Uitzicht op Funchal vanaf Pico dos Barcelos

 


Piratenboot met dieselmotor

Tevergeefs probeerde ik mij te concentreren op het praatje van de hostess. Nee, de verwachting was dat het weer snel zou verbeteren. Of het klopte dat het voor het eerst sinds dertig jaar had gesneeuwd op Madeira?
‘Mja, een beetje maar en dan alleen in de bergen, hier achter mij op slechts twintig minuten rijden. Houdt u er trouwens rekening mee dat de automobilisten vaker dan in Nederland hun richtingwijzer gebruiken.’
Pas sinds november 2007 bleek op Madeira het gebruik van de richtingwijzer verplicht. Voor die tijd was er niet voldoende aanleiding om dit in de verkeersregels op te nemen en waarschijnlijk had een noodlottig verkeersongeval dit bespoedigd. De gewijzigde regel leidt er echter toe dat de wat oudere Madeiranen zelfs bij het passeren van geparkeerde auto’s of een tak op de weg hun richtingwijzer aanzetten.

 

We boekten ter plekke drie wandeltochtjes hoewel me dat niet goed meer bij stond. Daarna besloten we om langs de mooie, lange en soms steile zeepromenade van het hoteldistrict in Funchal te lopen. Onderweg moesten we ergens wat eten te kopen, want de eerste wandeling was al de volgende dag.
Kom op, Dukker. Ik praatte mezelf moed in. Dit moest een relaxte, risicoloze vakantie worden op Madeira, uitrusteiland pur sang. Churchill kwam hier om bij te tanken na zijn hartaanval en om wat te schilderen. Keizerin Sissi deed hetzelfde, zij het om haar overspelige man te ontvluchten en om te genezen van haar anorexia. Mony en ik zijn gelukkig gezond, hoewel de mensen die ons onderweg tegenkwamen ons meer dan waarschijnlijk met twee zombies zouden kunnen associëren. Iets dat bleek toen we later de foto’s terugzagen en beide niet meer konden herinneren dat we ze gemaakt hadden. Kwam het door het vroege opstaan? Nee, er was meer aan de hand. Veel meer.
Iets na negenen ’s avonds lagen we op het hotelbed en sloten we onze ogen. Maar dat zou van korte duur zijn....


Funchal,  zeepromenade

 
 

De verschijning 

 


In de vooravond ijlde de storm nog na

Om redenen die later volstrekt duidelijk zullen worden verbleven we in een vijfsterrenhotel. Rondom de luxe uitstraling van het hotel hing een ietwat macabere sfeer. Dat werd ons opvallend duidelijk toen we de eerste avond terugkeerden en vanaf de straatkant ontdekten dat de ingang van het hotel vanwege een kapotte lantaarnpaal niet verlicht was. De draaideur was eveneens defect, zodat we via de nooduitgang kort oogcontact maakten met beide dames achter de receptie.
Ze waren gehuld in een antraciet gekleurd uniformpje met schouderepauletten en droegen hun haar in een lange vlecht. De enige kleur in de immense lobby bestond uit hun bloedrood geverfde lippen die een perfecte verticale streep vormden. Op hun identieke neus prijkten dito zwarte hoornen brillen.

 

Ons oogcontact werd verbroken door een kort belletje waarop de één de telefoon opnam en de ander enkele papieren ging opbergen.
Dit was een zakenhotel. De inrichting bestond uit veel chroom, spiegelglas, zwart marmer en grijze muren. Zelfs de her en der geplaatste kunst maakte een kille indruk. Van de ruim honderdvijftig kamers waren er minder dan vijftien bezet. Je zult hier conciërge zijn, vroeg ik me af. Ongetwijfeld een eenzame bezigheid, hoewel dat misschien gecompenseerd kan worden met gratis kost en inwoning. Wellicht ook voor je vrouw en zoontje, zodat die rakker in de stille periodes op zijn driewieler door de gangen kan scheuren.


Man,  verdwenen in glazen tafelblad

 

We liepen naar onze kamer aan het einde van de gang. Op het moment dat we de eerste stap in de lange gang zetten, floepte de eerste lamp aan, gevolgd door een tweede net zo lang totdat de gang enigszins was verlicht. Enigszins, want de spaarlampen wierpen net voldoende licht af om de kamernummers te onderscheiden. Aan het einde van de gang zagen we een lange donkere schaduw die onze deur in volledige duisternis zette. De verlichting weigerde en op de tast zochten we naar de gleuf voor onze kaartsleutel.
We gingen op bed liggen en waren hondsmoe. Toch konden we rond half tien de slaap niet vinden.

 

Buiten stormde het en floot de wind langs de glazen deur. De lasagne lag nog als een baksteen op onze maag en gelegen op bed luisterden we naar de stilte. Het was een piepend geluid dat we beide niet konden plaatsen. Als het een muis was, moesten het er minstens twintig zijn en het geluid kwam dichterbij.
Ik legde mijn boek (Pig Island van Mo Hayder) op het nachtkastje en wachtte. Vanuit mijn ooghoeken keek ik naar Mony wier ogen eveneens opengesperd waren. De bons op de deur kwam volstrekt onverwacht en deed ons beide tegelijk rechtop in bed zitten. De bons werd gevolgd door een beleefd geklop.
Wat is het dat mensen naar een plek des onheils trekt? Waarom gaan in horrorfilms de personages juist naar de plekken waar een normaal denkend mens ver weg van zou blijven? Waarom stond ik toen op en liep als in slowmotion naar de deur? Gelukkig zat er een kijkgaatje en staarde ik naar de rondgevormde gang.
De gang was leeg.


Waarschuwingsbord voor
 naderend onheil

 

Nog voor ik adem kon halen klonk weer geklop en voelde ik mijn hartslag in mijn keel bonken. Het leek alsof ik mijn linkerhand niet beheerste want ik zag dat ik de deurklink vasthield en langzaam naar beneden drukte. De deur maakte een krakend geluid en voorzichtig stak ik mijn hoofd naar buiten. Ik had ooit ergens gelezen dat als je hoofd er wordt afgehakt je nog minstens een seconde lang bij volle bewustzijn bent.
De gang was nog steeds leeg.

 

Onder mijn gezichtsveld klonk gekuch. Ik boog voorover en stond oog in oog met een jonge vrouw in een dienstmeisjesuniform. Ze keek me verlegen aan en vroeg iets in het Portugees. ‘English, por favor,’ probeerde ik.
‘Everything OK?’ Nog niet eerder in mijn leven had mijn ‘yes’ zo opgelucht geklonken.
Ze overhandigde me twee zorgvuldig verpakte chocolaatjes, waarop ik haar vriendelijk bedankte en in het Portugees een prettige avond toewenste. Ik sloot de deur en nog voordat ik me had omgedraaid hoorde ik een zacht geklop op de deur.
Het meisje stond in dezelfde houding en met dezelfde verlegen blik in de deuropening en wees met haar hand naar het plafond. ‘Tomorrow light will be fixed.’
‘Thank you. Thank you very much.’ Alle spanning trok uit mijn lijf. Het zakenhotel had menselijke trekjes gekregen.
De volgende avonden vonden we iedere dag een chocolaatje op ons hoofdkussen.

Naar deel 2: What's eating Ralf Dukker ?

© Copyright by Ralf Dukker