|
|
Rhodos |
|
1. Het begin
|
Het staat in elk reisgidsje. De mythe wil dat de zonnegod Helios net bezig was met zijn dagelijkse hemelreis toen oppergod Zeus de wereld onder zijn goden verdeelde. In overleg met de ondernemingsraad en na mediation van vrouwe Justicia kwamen Zeus en Helios er alsnog uit. Zeus liet uit de zee een eiland opduiken en schonk het Helios. Bij de overdracht van dit turn key-project vroeg hij Helios of deze van plan was mensen te houden op het eiland. 'Waarom niet?', antwoordde Helios. 'Het is immers een selfsupporting eiland met een goede balans tussen zon in de zomer en regen in de winter. Ideaal voor de sterfelijken.' |
![]() |
|
'Hou er wel rekening mee dat bij meer dan vijfhonderdduizend bezoekers per jaar het eiland snel uitgewoond raakt. Zeker als ze in zilveren vogels van heinde en verre komen. Laat het niet zover komen, Helios.' Helios haalde zijn schouders op. 'Dat beseffen de sterfelijken zelf toch ook wel ...' |
2. Rhodos Beach in 11.477 stappen
|
Op onze eerste dag besluiten we een lange strandwandeling te maken. Al gauw vallen we tussen de bruinverbrande lichamen uit de toon. Gehuld in onze wandelschoenen en op de rug een klein rugzakje lopen we zo'n drie uur langs het westelijk strand van Rhodos. Verder beschikt Mony over een heuse stappenteller. Met dank aan gewijzigd beleid van McDonald's, die in zijn eerste Happy Meal voor volwassenen kiest voor de gezonde kant. Onze indruk is dat de hotels er over het algemeen sjofel uitzien en dat de gammele souvenirwinkeltjes de omgeving nog troostelozer maken. Ons hotel blijkt ook in de middle of nowhere te zijn gekwakt. Een supermarktje ligt om de hoek, terwijl verder goedkope all-inclusive-hotels in de buurt liggen. We houden de moed erin. De vakantie moet nog beginnen. 's Avonds boeken we een trip naar het eiland Symi. |
|
3. Symi
|
|
Alsof je een amfitheater binnenvaart. Zo zag Symi eruit toen we de baai invoeren en we vanaf de veerboot de keurig opgeknapte patriciërshuizen zagen opdoemen. We legden aan in het havenstadje Gialos op Symi. Het was druk in het havenstadje, maar de betovering bleef intact. Symi was groot geworden door sponzen. Ten tijde van de Turkse overheersing gaven de inwoners van Symi de sultan jaarlijks drieduizend sponzen in ruil voor een 'zachte' bezetting. Duikers doken soms tot zestig meter diep (zonder zuurstoffles!) naar het koraal waar ze de sponzen vanaf sneden. De sponzen brachten welvaart, maar kunnen nu nog maar mondjesmaat 'gevangen' worden. |
|
De Grieken noemen Symi ondanks de welvaart een arm eiland. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Rhodos is Symi voor haar water afhankelijk van de bronboten. Drie keer per week komt de bronboot langs voor water. Ondanks de cisternes (waterreservoirs) op ieder huizendak is er een chronisch tekort aan water voor de drieduizend inwoners. Frappant is dat er voor deze drieduizend inwoners maar liefst 365 kerken en kapellen gebouwd zijn. Een schril contrast met de aanwezigheid van één dokter en een helikopterplatform voor de traumahelikopter uit Rhodos. Door de zon en de rustige levensstijl bereiken de inwoners een erg respectabele leeftijd. Dat er in de tweede wereldoorlog stevig is gevochten merkten we toen we de lange trap naar boven bestegen. Verderop de berg is de verhouding bewoond/ruïne zo'n 60:40.Tussen 1943 en 1945 was het eiland afwisselend in handen van de Duitsers en de Geallieerden. Het eiland hoort pas sinds 1948 bij Griekenland. |
![]() |
![]() |
Met de boot gingen we ook nog naar het fotogenieke Panormitis-klooster. Ook hier zagen we sponzen en loofah's. Loofah's zijn gedroogde kalebassen zonder de harde schil. De Grieken vonden die kalebassen maar een domme vrucht. Er zat zo weinig smaak aan dat zelfs het vee de kalebas niet door de strot kreeg. Maar halverwege de jaren tachtig vond een handige zakenman, Stavros Bodysjoppos, alsnog een commerciële bestemming voor de gedroogde en gestripte kalebas. |
|
Wanneer je de gedroogde ingewanden vochtig maakt en langs je huid laat schuren, verwijdert hij de dode huidcellen. Een nieuw scrubbingsinstrument was geboren. Op de kramen van Symi word je er mee doodgegooid. Er zijn niettemin weinig kopers. Vlak voor het vertrek zag ik op de kade bij de veerboot drie Engelse mannen naast elkaar op een ligstoel lezen. Ze waren niet even bruin of even oud, maar hadden één ding gemeenschappelijk. Alledrie lazen ze Dan Brown's 'De Da Vinci Code'.
Panormitis-klooster ----> |
|
4. Rhodos-Stad: cap in a gap
|
|
De douche gaf alleen maar koud water, zodat we zo scherp als een bos uien vandaag naar Rhodos-Stad vertrokken. Bovendien waren we ook vroeg wakker, hetgeen te maken had met het feit dat ons hotel op de aanvliegroute lag. We gingen op eigen houtje de stad verkennen. De lijnbus zette ons af voor de oude stad en even later stonden we letterlijk tussen de twee vestingmuren. Vandaag zouden we het doen zonder menselijke gids en lieten we ons leiden door de papieren gids en spontane invallen. Boven de vestingmuren torent de burcht uit. Het is het paleis van de grootmeesters en gebouwd door de Johannieters. Dit waren hospitaalridders die na de kruistochtcampagnes via Cyprus in 1309 Rhodos veroverden. Ze bleven tweehonderd jaar en werden vervolgens verdreven door de Turken. Uiteindelijk schonk Karel V hun een eilandje onder de hak van Italië, Malta. De 180 overgebleven ridders werden daarna Maltezer Ridders genoemd, splitsten zich enige tijd later nog af in een katholiek en een protestants deel en bestaan vandaag de dag nog steeds. Er is zelfs een hondenras naar ze genoemd, dat qua omvang met hen overeenkomt. |
|
Terug naar Rhodos. Het duurde voor ons niet lang voordat we verdwaald raakten in het labyrint van de vestingstad. We maalden er niet om, omdat in de smalle straatjes een serene rust heerste. Toch begon het na een uurtje te vervelen om doelloos rond te slenteren in de oude stad. We verlieten de stad en liepen langs de vestingmuren aan de buitenzijde naar de andere kant. Op de Sint-Jans-poort begon het drama. Een drieste windvlaag deed mijn cap in de slotgracht belanden. De temperatuur was inmiddels opgelopen tot tegen de dertig graden en mijn uitgedunde haardos zou voor de zon een makkelijke prooi zijn. Bovendien werd ik sentimenteel. De cap sierde al zo'n zes jaar mijn hoofd in de vakanties en hij en ik hadden aardig wat meegemaakt. Mony wist mij te overtuigen dat ik een nieuwe (en leukere) moest kopen. Aldus geschiedde. Het werd een beige nep-Nike, maar ik miste mijn cap van de Scapino van ƒ 4,95. Mony zag het in en startte een bezielende zoektocht naar de cap. Hij lag in de hoek van de drooggevallen slotgracht en was alleen vanaf de poort zichtbaar. |
|
|
We passeerden diverse bezienswaardigheden zoals de Platia Ippocratous en de Evreon Martyron, waar we enige obligate foto's maakten. Via de Italiaanse poort aan de oostzijde bereikten we de slotgracht weer en kwamen we via een openlucht theater op de plek van de afgewaaide cap. De hereniging was een feit en opgelucht zochten we iets te eten in Rhodos-Stad. We dwaalden wat te ver af naar het zuiden van Rhodos-Stad en vonden uiteindelijk de Griekse exponent van Albert Heijn, waar we ons zelf trakteerden op een overheerlijke moussaka van de traiteur. Tussen twee afzichtelijke flatgebouwen in stond een zitbankje met uitzicht op brokstukken van een Hellistisch monument. Hier likten we onze vingers af van de moussaka. Daarna was het tijd om terug naar het hotel te gaan. |
|
Naar deel 2 en slot: klik hier
Terug naar intro alle reiservaringen? Klik hier
Terug naar homepagina? Klik hier
© Copyright by Ralf Dukker