"Go and make friends'"

7 September, San Francisco

 

A room with no view. De woorden die we bijna tegelijk uitspraken toen we de gordijnen opzij schoven en oog in oog stonden met …. een blinde muur. Ach, who cares? We zaten op vijf minuten van hartje San Francisco en vandaag gingen we de cable cars uitproberen.

Het was tien uur toen we naar buiten gingen en pas goed beseften dat we in Amerika waren.  Amerika, het land dat enerzijds zo dichtbij lijkt door de TV-series en anderzijds letterlijk zo ver weg ligt, was nu binnen handbereik.

Binnen een half uur stonden we op Union Square, het hart van hartje San Francisco. Onderweg liepen we door grote brede straten met rokende putdeksels en gele taxi's. Misschien werd het langzaamaan tijd om onze opengesperde monden te sluiten. Union Square is een pietluttig parkje, met wel een uniek kenmerk. Er staan palmbomen. Het viel ons namelijk op dat we onderweg totaal geen groen tegen gekomen waren. Of toch? Een paar prestigieuze hotels bezaten enkele sierboompjes die met veel aandacht onderhouden werden, onder het toeziend oog van de geüniformeerde portiers.

We stapten een cable-car in. Op het hoogtepunt van hun bestaan waren er acht cable-lijnen met een lengte van 175 kilometer. Dat was in 1880 en vandaag de dag zijn er nog drie over van in totaal zeventien kilometer.

 

 In het midden van die lijnen staat het powerhouse waarin een radarwerkje de trammetjes met een constante snelheid van vijftien kilometer de heuvels op en af laat gaan. En vijftien kilometer naar beneden lijkt harder dan je denkt.

Hoeveel remmen denk je dat zo'n tramkarretje heeft?
Vier stuks maar liefst. Geen overbodige luxe, want de steilste helling is maar liefst 21% (hoek Chestnut Street/Lombard Street). Nog meer cijfers: per jaar maken elf miljoen mensen gebruik van de trammetjes. Eén tram biedt plaats aan honderd passagiers: dertig comfortabele lillyput-zitplaatsen en zeventig iets minder comfortabele staanplaatsen (inclusief treeplanken!). Er zit drie man personeel op elke tram: de machinist, de remmer en de conducteur, die je voor enkele dollars per rit meeneemt naar Bay Street, Chinatown of Victoria Square.

Een relaas van onze tocht naar Bay Street.  We stonden bij de cable car turnaround:. het einde van de lijn waar elke tram opgetild werd om vervolgens gekeerd te worden.

 

Zodra het trammetje de grond bereikt had, stortte een kudde toeristen zich op de lege tram om vervolgens met hand en tand zijn of haar plaatsje te verdedigen. Onze derde poging was succesvol, mede door noodzakelijk ellebogenwerk. De bemanning bestond uit drie donkere mannen waarvan de grootste de machinist was, een gangmaker. "Step right in, go and make friends!"

Iets voorbij Mason Street diende de eerste serieuze helling zich aan. Het moment dat we er achter kwamen dat de remmer een trainee was.

Oké, de trammetjes rijden dus allemaal constant vijftien kilometer per uur, hè? Nou, nee dus. De eerste keer lukte het niet om de heuvel op te komen. Sterker, met iets harder dan vijftien kilometer per uur denderden we naar beneden. Wij stonden op de achterste traptreden en de angst in onze ogen werd minstens geëvenaard door de automobilist die vlak achter de tram reed en nu met een rotgang achteruit aan het rijden was.

Poging twee dan. De conducteur was bij de leerling-remmer gekomen. Geen overbodige luxe, want de auto achter ons moest weer flink in zijn achteruit.

Poging drie. Het gezelschap jonge Duitsers naast ons vond het eigenlijk wel spannend. De stoerste onder hen pakte zijn videocamera en ging met één hand aan de tram de beklimming van de heuvel filmen. Iedereen hield zijn adem in. Ging het lukken?

Het voorhoofd van de tot voor kort nog olijke machinist bevatte talloze zweetdruppeltjes. Vlak voor onze ogen stonden de spieren gespannen van beide remmers, gereed voor een uiterste inspanning. De kabel van drieëneenhalve centimeter kraakte maar de tram kwam tergend langzaam in beweging.

 

Ik zag dat onze Oosterbuur met sensationeel genoegen het tafereeltje filmde. Op dat moment kreeg het trammetje schoksgewijs meer snelheid. De Duitse toerist kreeg de camera tegen zijn oog. En nog eens. Oeps, nog een keer. Hij had zoveel moeite om zijn evenwicht te houden dat zijn oogkas de klappen maar moest opvangen. De vrienden van de Duitser probeerden hem te troosten, maar voor hem stond al vast dat zijn oog morgen ganz blau zou zijn. Zonder extra inspanningen bereikte de tram uiteindelijk de top. De dag werd steeds beter.

Amper twee minuten na het incident hield de machinist de tram stil toen een ander trammetje ons tegemoet kwam. Dwars door de toeristen heen schreeuwde hij naar de andere machinist:

"Are you gonna go to the game friday?"

" Yeah man. How's the wife?"

"Getting fatter all the time"

"What else is new? See ya Friday"

 

De rest van de dag flaneerden we wat rondom Fisherman's Wharf, slenterden we door China Town, maakten kennis met Ghiardella Square en waren we onder de indruk van Lombard Street: de steilste straat (23%) met de mooiste snelheidsremmer: al zigzaggend langs bloemenperken, moeten auto's stapvoets naar beneden rijden.

's Avonds in het hotel kwamen we tot de conclusie dat San Francisco toch redelijk Europees aandoet. Het is moeilijk onder woorden te brengen maar alles oogt relaxt. De sfeer heeft wat van Amsterdam. De gay-parade is niet voor niets in deze roze stad uitgevonden. In dezelfde stad is wethouder Harvey Milk vermoord door collega en homohater Dan White. Tegenstellingen zijn er blijkbaar ook, zoals wij gingen ondervinden.

 

Die avond gingen we namelijk nog even een blokje om, om het chinese food nog even te laten zakken. Na vijftien minuten stonden we binnen. We moesten nee verkopen aan de dealertjes en de onappetijtelijk uitziende hoertjes. Wanneer de duisternis zijn intrede doet hebben Ellis Street en Jones Street andere heersers.

Ach, we konden wel wat extra nachtrust gebruiken. Morgen gingen we een stukje fietsen.

 

 

Klik hier voor het tweede deel over San Francisco en omgeving

 

Terug naar intro alle reiservaringen? Klik hier

 

Terug naar homepagina? Klik hier

© Copyright by Ralf Dukker