|
|
4. Onderweg naar Sicilië (1):Gesmolten |
![]() |
|
Enrico Melfi staart mistroostig naar de gezette toerist uit Nederland. Ze is nummer zoveel die met haar wijsvinger de verpakking tegen de inhoud drukt. Hij ziet hoe haar mond een perfecte o maakt als ze constateert dat de chocoladereep inderdaad gesmolten is. In zijn cafetaria langs de autostrada is het 41 graden. Het is pas half elf. Zelfs de onvermoeibare en goedlachse Maria, zijn schoonmaakster, poetst nu met een chagrijnig gezicht de vloer schoon. De groep komt uit Holland. Enrico put troost uit de gedachte dat zij uitgeschakeld zijn en de Azurri vanavond wel zullen afrekenen met Oekraïne. In gedachten gaat hij terug naar vorige maand. Hij wist dat hij weinig keuze had toen zijn aangetrouwde neef Luca hem verzocht de lading chocola over te nemen. De prijs was goed, de kwaliteit ook, als de Zwitserse en Duitse merknamen tenminste overeenkwamen met de inhoud. Een dag later bestreek de partij zo’n twintig vierkante meter van zijn zaak. Hij was zelfs genoodzaakt de tabletten te stapelen tot een hoogte van zo’n anderhalve meter. |
|
|
|
Vanachter de toonbank knikt Toni naar hem. De kopjes zijn op. Hij springt bij en schenkt de cappuccino in theeglazen. Niemand mort. Iedereen heeft het heet. Iedereen zweet. Waarom ging vanochtend de airco stuk? De monteur had er verdomme al moeten zijn. De laatste bestelling. Cappuccino natuurlijk. Hij bestudeert het stel. Allebei een cowboyhoed en een afritsbroek. Verder hielden de overeenkomsten op. De man heeft een grote neus, is wat gezet en glimlacht flauwtjes. De vrouw heeft een scherpe kin, is minstens dertig kilo lichter en heeft een jeugdige, spontane uitstraling. Hij kijkt naar Toni en zet een weddenschap op. Hij tien euro op de man, Toni kiest voor de vrouw. |
|
Ze zien hoe het stel een laatste slok van hun cappuccino nemen en naar de keurig opgestapelde tabletten met chocolade staren. De blik van de man gaat door de zaak. Het lijkt wel alsof hij Enrico’s zorgen deelt. Dan gaat zijn hand naar een stapel chocoladetabletten met stukjes hazelnoten. Hij aarzelt en kijkt naar zijn vrouw. Haar wijsvinger is nog geen centimeter meer verwijderd van een reep Milka-chocolade. Hij zegt iets in het Nederlands tegen haar en ze trekt haar wijsvinger terug. In zijn broekzak vibreert Enrico's mobiele telefoon. Hij zet het apparaat aan en hoort de stem van de monteur. Hij heeft autopech en zal op zijn vroegst eind van de middag arriveren. Het gezelschap Hollanders vertrekt. Vlak voordat ze de deur opent, kijkt de ranke Nederlandse naar de ingedeukte verpakking Ritter Sport-chocola bij de uitgang. De wijsvinger priemt in de verpakking en voor de zoveelste keer ziet hij de leedvermaak in de ogen van zijn zuinige klanten. Dan tikt Toni hem op de schouder. Hij steekt zijn arm uit en Enrico staart in de handpalm. Met een zucht pakt hij zijn portemonnee en legt een briefje van tien euro in de hand. Mamma Mia! |
|
Onderweg naar Sicilië (2): Regen
|
De dikke regendruppels tegen de busruit doen bijna surrealistisch aan. Na vijf dagen van stralend blauwe luchten en een temperatuur van ruim dertig graden regent het. Je kunt zien dat het verderop nog harder plenst, aangezien de lucht daar bijna zwart lijkt. We rijden over de A3. De A3-autostrada loopt dwars door Calabrië en gedeeltelijk door de Apennijnen . Al ruim dertig jaar lang wordt deze weg beetje voor beetje verlengd, verbreed en gerenoveerd. Legio tunnels en verhogingen van meer dan honderd meter kenmerken deze panoramische weg. Het is bovendien de belangrijkste verbinding met Sicilië. Na een klein half uurtje is de bui over en schijnt de zon even fel als voorheen. We rijden bergafwaarts en links en rechts van ons zien we langs de A3 kleine waterstroompjes ontstaan. Iets verderop bundelen de stroompjes zich tot een brede geelbruine rivier die akelig dicht langs de berm dreigt te lopen. Aan de andere kant van de weg stroomt nu eveneens het overtollige regenwater. |
|
|
|
Flits! Foto nummer één spreekt boekdelen. In de verte zie ik hoe een in de haast aangelegde dam van zand het begeeft. Flits!. Foto nummer drie kan ook in de boeken in; de bouwvakkers kijken zonder vertrouwen naar dam nummer twee die een seconde later door het water wordt vernietigd. Het laatste tafereel is het meest schrijnend. Een vrachtauto met een draaiende betonmolen is door het wassende water geïsoleerd geraakt. Hij staat op een eiland en de minuten tikken af. Als hij niet binnen drie kwartier van het eiland af kan rijden, dan is de chauffeur genoodzaakt het beton in de rivier te lozen. Het kan nog erger: wat te doen als het water het eilandje wegvaagt en hem met auto en al meesleurt? |
|
‘Och, wat errug!’ De Brabantse vrouw spreekt de woorden uit met een zweempje leedvermaak in haar stem. Vanuit de bus ziet het er allemaal spannend uit. Tegelijkertijd heb je het gevoel dat je hier veilig zit. Ons kan niks overkomen. Jammer voor de bouwvakkers, ook jammer dat die rijdende betonmolen niet gekiekt is. Het veilige gevoel was achteraf niet helemaal terecht. Diezelfde ochtend raakte middenin de bui een auto in een slip en kwamen vier Italianen om op deze snelweg. |
![]() |
Terug naar intro Zuid Italië? Klik hier
© Copyright by Ralf Dukker