8. De kathedralenoorlog 

 

Palermo

 

Vandaag is het kathedralendag. Die van Monreale bijt de spits af, gevolgd door de kathedraal van Palermo. Voor geslaagde foto’s moet je in de kathedraal van Monreale eerst een muntstuk stoppen in de automaten voor dertig seconden licht. Palermo is druk. Het is de eerste grote stad die we bezoeken en we moeten zichtbaar wennen aan het verkeer, het lawaai en de vele mensen.
Halverwege de twaalfde eeuw kreeg de al jarenlang durende ruzie tussen de aartsbisschop van Palermo en de koning van Sicilië en omstreken, Willem II, het karakter van een wedstrijd. De inzet: wie heeft als eerste zijn kathedraal af? De wedstrijd was amper één jaar oud toen de locaties bekend werden bekend. De aartsbisschop van Palermo, de Engelse Walter of the Mill, begon met de bouw van kathedraal op een hoog centraal punt bij Palermo, Mons Regalis of koningsberg, het huidige Monreale.

Willem II daarentegen koos voor hartje Palermo en een traditionele Byzantijnse inrichting. Mozaïek nam een belangrijke plaats in bij de kathedraal van Monreal.


De kloostertuin van Monreale

 


De kathedraal van Palermo

De mozaïeken beslaan uiteindelijk zo’n 5000 m2 oppervlak., waaronder de tien meter brede Jezus. ‘Palermo’ lag halverwege voor op ‘Monreale’ dat in tijdsnood kwam door de ingewikkelde mozaïeken die taferelen uit het Oude Testament moesten verbeelden. Ook de bouw van de Arabische spitsbogen vrat tijd. Bovendien beschikte Palermo over Engelse bouwers die snel voor mooie spitsen zorgden. Vlak voor het eindsignaal, na zo’n vijftien bouwjaren stond Palermo een straatlengte voor en kon de aartsbisschop de dagen aftellen. Het was echter Monreale dat in één klap zijn achterstand omzette in een definitieve voorsprong en haar nog niet gereed zijnde kathedraal kerkelijk liet inzegenen. Hiermee werd Palermo buitenspel gezet, maar niet voordat de aartsbisschop aan de opperarbiter vroeg om een uitspraak. Deze hield wijselijk zijn mond en daarom staan er vandaag de dag binnen een straal van nog geen tien kilometer twee kathedralen. Met die van Monreale als terechte winnaar. Na acht eeuwen heeft deze de tand des tijds op alle fronten beter weerstaan en is ze in tegenstelling tot die van Palermo niet ten prooi gevallen aan nieuwerwetse fratsen zoals de barok en de Neo-Gothiek.

 

Gezellig druk was het op de Mercato di ballarò in hartje Palermo. Hier zie je nog verwoeste huizen van de Tweede Wereldoorlog tijdens het offensief van de geallieerden. Hier vind je ook verse zwaardvis. De vis op de foto heeft een zwaard van bijna een meter lang en zal vast wel beschermd zijn, zodat we ons die dag ergens een beetje ramptoerist voelden.

 

Ook waren we getuigen - niet letterlijk - van een Italiaanse bruiloft in een pittoresk kerkje. Op de linkerfoto kun je zien dat de duiven er al klaar voor waren. De rechterfoto is vlak na de lift off genomen. Naar het schijnt levert één gevangen duif  een euro op.

 

 

Vakantiemaffia (2)

Bernard de Tractor

Het Kwaad, Toto Riina, kreeg een opvolger, een man die maar liefst veertig jaar niet alleen uit handen van de politie wist te blijven maar voor de buitenwereld praktisch onzichtbaar. Zijn bijnaam: het fantoom. Dat klinkt ergens als een prestatie, maar dat is het zeer zeker niet. Eerder een kwestie van bescherming krijgen van de hoogste kringen, goedschiks of kwaadschiks. Bernardo Provenzano had nog een bijnaam, Binnu u tratturi, Bernard de Tractor, vanwege zijn vastberadenheid en de manier waarop hij zijn tegenstanders neer maaide. Op het moment dat hij de deur opende van zijn herdersstal annex schuilplaats, grepen vijftig zwaarbewapende politiemannen in.
Op zijn bed lag een houten rozenkrans en een bijbel die nog open lag op het evangelie van Lucas hoofdstuk 6, vers 44-46: “een goed mens brengt uit de schat van goedheid in zijn hart het goede tevoorschijn, maar een slechte uit zijn schat van slechtheid het slechte.”

 

Michael Corleone had in het derde deel van de Godfather maar één doel: zijn imperium legaliseren. De voortdurende strijd tegen de staat, zijn concurrenten en vooral tegen zichzelf hadden hun tol geëist. Maker Francis Ford Coppola baseerde het slot van zijn trilogie op een schandaal rondom de bankier van het Vaticaan, iemand die zichzelf uiteindelijk onder een Londense brug ophing. Coppola had een vooruitziende blik, want de maffia heeft zich de laatste twintig jaren stevig vervlochten met de bovenwereld.
Zo ook de Siciliaanse Cosa Nostra. In het besef dat ze niet de oorlog met de staat konden winnen, verzamelde Provenzano een bataljon van managers en politici om zich heen waarmee hij allerlei aanbestedingen in publieke werken controleerde.

 

Hij was met name in één specifieke branche geïnteresseerd. Tijdens een heisessie met zijn leidinggevenden stootte hij op een branche met groeipotentieel, eentje ook waar de overheid haar grip op dreigde te verliezen, terwijl het nota bene vaak een eerste levensbehoefte is. Het idee werd een succes. 
Tegenwoordig heeft de witte maffia een tiental publiek private ziekenhuizen (gedeeltelijk) in haar bezit. Hiermee slokt ze jaarlijks zo’n zeven miljard euro op van de regionale overheid (52% van het totale budget). De regering Berlusconi hielp (onbewust?) een handje mee door een bizarre wet aan te nemen.
Die wet stelt dat boekhoudkundige fraude alleen strafbaar is als derden er last van hebben ondervonden. Wanneer een derde een ziekenhuispatiënt is die niet beseft dat hij veertig procent teveel heeft betaald en bovendien is genezen, is er dus niks aan de hand. In april 2006 werd Provenzano opgepakt en een maand later waren er verkiezingen. Het zou een spannende strijd worden tussen de maffiastroman en Rita Borsellino, zus van de door Riina en Provenzano vermoorde rechter.


Vaarwel smeergeld:
één markt in Palermo biedt gegarandeerd maffiavrije producten (zonder smeergeld, 'pizzo')

 

Rita Borsellino

Rita Borsellino heeft zonder bodyguards campagne gevoerd. Meestal droeg ze mantelpakjes en geen make-up. Dat gecombineerd met haar grijze haar en een stevige handtas geven haar de uitstraling van een wijze tante. En zij was de schrik van de maffia, want ze wist in de praktijk de handen echt schoon te krijgen. Haar organisatie Libera verzorgde het opzetten van kleine bedrijven op grond die in de jaren negentig is afgepakt van de maffia. ‘Zolang werk en ontwikkeling ontbreken,’ zo stelt ze, ‘blijven Sicilianen slaven van mensen die hen gunsten verlenen. Ze zijn dan ook niet vrij om te stemmen op wie ze willen.’ Misschien verloor daarom Borsellino de presidentsverkiezingen van Sicilië. Haar tegenstander, Salvatore (‘Toto’) Cuffaro kreeg uiteindelijk 52% van de stemmen. Cuffaro staat eind dit jaar terecht omdat hij tegen corrupte medici zou hebben gezegd dat ze worden afgeluisterd door de politie.
Rita Borsellino gaf hiermee antwoord op de vraag waarom de maffia altijd zal blijven bestaan. De Sicilianen zijn slaven van de door de maffia verleende gunsten. Sinds de maffia in de tweede wereldoorlog de Amerikanen hielp bij de bevrijding van Italië en de rest van Europa, regeerden hun stromannen het eiland. Maar zelfs voor de opkomst van de maffia werden de inwoners onderdrukt.

 

Soms waren hun heersers milde despoten, vaak lieten ze het eiland in puin achter. De Grieken, Phoeniciërs, Saracenen, Moren, Noormannen, Duitsers Fransen en Spanjaarden hebben het eiland door de eeuwen heen gedomineerd. De bevolking is als het opgevoed met een dominantiesyndroom. Bob Dylan zong het al in 1979; You Gotta Serve Somebody. Het maakt niets uit hoe klein of machtig je bent. Zou het daarom geen toeval zijn dat uitgerekend dit nummer is terug te vinden op de soundtrack van de Sopranos?

 

Naar deel 9? Klik hier

 

Terug naar intro Zuid Italië? Klik hier

© Copyright by Ralf Dukker